submenu

David Decuypere over de Molenbeek in zijn achtertuin - 02/10/2019

‘De vis verdween, maar kikkers zijn er in overvloed’

Op een warme zomerdag strijken we neer in de Stationsstraat, in de gezellige tuin van David Decuypere en Lia Harnie. Veel dichter bij de Molenbeek kan je niet wonen: ze kabbelt letterlijk door hun achtertuin. Tijd voor een gesprekje met deze geboren en getogen Rodenaren over het leven langs de beek.

‘We hebben dit huis gekocht in 2012’, steekt David van wal. ‘Het was de woning van mijn grootouders, waarvan we enkel de vier muren hebben laten staan. Binnenin hebben we alles gestript en verbouwd tot twee duplexappartementen. In 2014 zijn we hier komen wonen. Eerst woonden we in het bovenste appartement, terwijl we het onderste verder konden afwerken. Later verhuisden we naar de benedenverdieping.’

Zowel David als zijn echtgenote Lia zijn opgegroeid in Rode en hebben nooit ergens anders gewoond. ‘Toen we de gelegenheid kregen om het huis van mijn grootvader te kopen, hebben we niet getwijfeld. Ik zag onmiddellijk hoe we dit hier konden omtoveren tot twee mooie wooneenheden. Nu moeten we er alleen nog de finishing touch aan geven. Ik ben trots op het eindresultaat’, vermeldt David.

‘We wonen hier graag’, vult Lia aan. ‘We zitten in een gezellig stukje natuur, maar toch overal dichtbij. Het treinstation is op loopafstand, de crèche van ons zoontje Victor is vlakbij en onze ouders wonen niet veraf. Met jonge kinderen is het fijn om je ouders en schoonouders in de buurt te hebben. Als kinesiste doe ik veel huisbezoeken, maar ik heb hier thuis ook een praktijkruimte.’ David hoeft amper anderhalve kilometer te rijden naar zijn werkatelier. Zijn eigen bedrijf – Dadec Interieur, gespecialiseerd in binnenschrijnwerk op maat – verhuisde onlangs van Essenbeek naar Rode. ‘Bijna negen jaar lang was het bedrijf gevestigd in Halle, maar die gebouwen begonnen stilaan uit hun voegen te barsten. Als bij toeval kwam er in Rode aan de Kwadeplas een perfecte locatie vrij’, zegt hij.

Kinderziektes

Nochtans was die verhuizing eerder een toevallige samenloop van omstandigheden. ‘Het afgelopen jaar kreeg ik zowat alle mogelijke kinderziektes door via mijn zoon Victor’, vertelt David. ‘Niet kunnen werken is voor een zelfstandige een ramp. Het zit ook niet in mijn karakter om zomaar in de zetel te hangen. Ik probeerde mijn verplichte bedrust nuttig te spenderen door te surfen op Immoweb. Op een dag zag ik daar toevallig een groot atelier bij de zoekertjes staan. Er stond één foto van de binnenkant bij, zonder adresgegevens. Er werd alleen vermeld dat het gebouw ergens in het centrum van Rode lag. Ik dacht: ik moet weten waar dat is.’ Die locatie bleek de Kwadeplasstraat te zijn. ‘Ik ben heel blij dat we daar terechtgekomen zijn’, zegt David. ‘De ruimte is drie keer zo groot als in Essenbeek, we kunnen er echt ons ding doen. Alleen al qua stockage heb je als schrijnwerker snel veel plaats nodig.’

David en Lia leerden elkaar kennen toen ze allebei in de groepsleiding stonden bij de scouts van Rode. ‘Toen ik scoutsleider was, kwam ik hier met de jongverkenners in de Molenbeek spelen’, herinnert David zich. ‘Er stond toen niet zo veel water in, maar slib was er des te meer. Als we dan ook nog een rookbommetje gooiden, werd die beek ineens een griezelige tunnel. Er waren toch een paar scoutsleden die niet zo op hun gemak waren. Eerst een grote mond, maar achteraf was het veel minder’, lacht hij.

‘Van de Molenbeek in onze tuin hebben we geen last’, aldus David. ‘We hebben nog geen wateroverlast gehad, al komt het water bij hevige regenval wel hoog. Maar overstromingen hebben we nog niet meegemaakt. Omdat we de geschiedenis van de beek en ook de overstromingsgevoeligheid een beetje kenden, ligt hier een ingenieus systeem met terugslagkleppen en dergelijke. Daar hebben we goed over nagedacht. Mijn grootvader wist wat de aandachtspunten waren. Dat was mooi meegenomen’, vertelt hij. ‘In de zomer van 2011, toen ook dat hevige noodweer over de weide van Pukkelpop trok, is het hier wel overstroomd. Toen woonde peter Jef hier nog’, vult Lia aan.

Kikkers

‘Als het echt warm is buiten, ruik je de beek’, zegt David. ‘Ik vermoed dat er op sommige plekken toch nog rioolwater in de Molenbeek zal belanden. Voor de rest vinden we het leuk, zo’n beekje in onze tuin. Mijn grootvader vertelde al eens verhalen van vroeger, toen er nog vis in de beek zat. Dat waren andere tijden. Vis zal er volgens mij niet meer in de Molenbeek zwemmen, maar kikkers hebben we hier in overvloed’, vertelt hij.

David en Lia zijn het er allebei over eens dat er in Rode de laatste jaren serieuze inspanningen geleverd worden om het dorpscentrum aangenamer te maken. ‘De nieuwe speeltuin in het dorp is een mooie aanwinst. Daar is altijd veel volk. Ook in het vernieuwde Novarodepark  is het aangenaam wandelen. Je ziet er bovendien veel kinderen fietsen of rolschaatsen. We kijken er al naar uit om onze kroost daar te leren fietsen.’

Weggaan uit Rode is voorlopig niet aan de orde voor het koppel. ‘We dachten eigenlijk dat dit het plekje was waar we ons definitief zouden settelen, maar toen bleek Lia plots zwanger van een tweeling’, vertelt David. ‘We zullen op termijn moeten bekijken of er hier in de Stationsstraat ruimte genoeg is voor ons vijven. Al gaan we er voorlopig van uit dat dat wel het geval zal zijn. Op dat vlak zijn we allebei even nuchter en praktisch ingesteld: we zijn ervan overtuigd dat we voor alles een oplossing vinden. We hebben hier nu iets moois opgebouwd en ook de zaak is in volle expansie. We zien wel wat het wordt en waar het leven ons brengt. Maar voorlopig hebben we andere prioriteiten’, lachen ze.

Tekst: Heidi Wauters
Foto: Tine De Wilde
Uit: Buurten oktober 2019