submenu

Kenny Dehaes stopt als profwielrenner - 25/11/2019

‘De inspanningen loonden niet meer’

Na 14 jaar in het profpeloton hangt wielrenner en uitgeweken Rodenaar Kenny Dehaes (34) zijn fiets definitief aan de haak. Wat volgt, weet hij nog niet. ‘Ik zou graag actief blijven in de koers, maar veel vacante plekjes zijn er niet.’

Midden oktober heeft Kenny Dehaes in zijn huidige woonplaats Deinze zijn laatste wielerwedstrijd als profrenner gereden tijdens een speciaal voor hem georganiseerd afscheidscriterium. ‘Mijn vrouw en twee vrienden namen die organisatie in handen’, vertelt Dehaes. ‘Vele tientallen renners stonden aan het vertrek, onder wie profs en vroegere trainingsmaten. Dat zo veel mensen mij wilden eren door mee te rijden, deed deugd. De respons vanuit het peloton was het mooiste. Ook toen ik begin september mijn afscheid aankondigde, kreeg ik veel  reacties. Dat had ik niet verwacht.’

‘Ergens eind mei of begin juni had ik voor mezelf beslist om te stoppen’, vervolgt Dehaes. ‘Dit jaar ging het niet zoals het moet en mentaal was het op.  Ik was op en naast de fiets bereid om opofferingen te doen, zoals ik jaren heb gedaan en nog altijd deed, maar de resultaten volgden niet. Als je het gevoel krijgt dat je door verder te doen enkel de hoop zou vullen, moet je de knoop kunnen doorhakken.’

Voetballer wordt wielrenner

Dat Dehaes het tot wielrenner zou schoppen, stond niet in de sterren geschreven. Als jonge knaap was hij vooral bezig met voetballen. ‘Dat ik voetbal speelde, was logisch. Ik heb heel mijn jeugd in de Dwarshaagstraat gewoond. Ik moest enkel de straat oversteken en stond op het voetbalveld aan de Wauterbos. Toen ik 5 was, ben ik als doelman begonnen. Ik heb haast op elke positie gespeeld, en als jonge tiener stond ik in de spits. Ik maakte 40 tot 45 doelpunten per jaar, maar raakte geblesseerd. Ik kwam terug, maar moest in het middenveld op de linkerflank spelen. Ik had er mijn buik van vol en ben beginnen te fietsen. Mijn vader had vroeger gekoerst en was op dat moment bezig met triatlon. Op mijn 16e ben ik halfweg het seizoen bij de nieuwelingen wedstrijden beginnen te rijden en ik won er meteen twee. Elk jaar werd ik beter en beter (Dehaes won op 20-jarige leeftijd de Ronde van Vlaanderen voor beloften, voor onder meer Greg Van Avermaet, n.v.d.r.). In 2006 kreeg ik een profcontract bij Chocolade Jacques-Topsport Vlaanderen.’

Winst en verlies

Tijdens zijn eerste jaar stond Dehaes aan de start van twee wedstrijden die Sint-Genesius-Rode aandeden: de Brabantse Pijl en Parijs-Brussel, de huidige Brussels Cycling Classic. ‘Ik vond het altijd leuk om de Brabantse Pijl te rijden. In mijn beginjaren waren er nog lokale ronden in Sint-Genesius-Rode. Alleen was het parcours mij niet op het lijf geschreven. Mee in de aanval geraken was moeilijk. In de editie van 2013 ben ik er wel in geslaagd om tiende te worden. Ik was toen in de vroege vlucht geraakt, om in Sint-Genesius-Rode en omgeving mijn supporters te kunnen groeten. Langer dan verwacht bleven we voorop. Uiteindelijk heeft Peter Sagan die dag gewonnen. Mijn tiende plaats was het hoogst haalbare’, herinnert Dehaes zich. ‘In Parijs-Brussel kon ik wel meedoen voor de winst. In volle finale reden we telkens door mijn streek, een speciaal gevoel. Iedere keer moesten we de Bruine Put over, waar al mijn supporters stonden. Dan had ik het moeilijk om mij te bedwingen. Twee keer heb ik op een haar na het podium gemist, telkens eindigde ik vierde. En elke keer had ik het gevoel dat ik had kunnen winnen als ik die paar foutjes niet had gemaakt.’

Alles samen mocht Dehaes 27 keer het zegegebaar maken. ‘De winst in HalleIngooigem in 2013 was een van de mooiste. Aan de start stond veel volk dat ik kende, en op het podium kreeg ik een beker uit handen van Michel Bellemans, de toenmalige Halse schepen van Sport. Hij is altijd supporter van mij geweest. Toen hij me op dat podium een knuffel gaf, voelde ik dat hij echt blij was voor mij’, zegt Dehaes. ‘Of ik ergens spijt van heb? Ik heb nooit aan de Ronde van Frankrijk deelgenomen. Dat vind ik wel spijtig, maar meer ook niet. Bij Lotto wist ik dat de kans klein was, want ik was geen klimmerstype, en onze sprinter André Greipel had al renners voor zijn sprinttrein. De Ronde van Italië heb ik wel twee keer betwist. Dat is beter meegevallen dan verwacht.’

De liefde gevolgd

De koers zorgde er onrechtstreeks voor dat Dehaes Sint-Genesius-Rode in oktober 2010 verliet. ‘Mijn vrouw Romina is de dochter van Walter Planckaert, mijn eerste ploegleider. Ze is afkomstig van Nevele, vlak naast Deinze. Omdat ik veel in het buitenland was voor de koers, vonden we het logisch om ons in haar omgeving te settelen. Of ik nog vaak naar Sint-Genesius-Rode kom? In de winter kom ik elk weekend mijn ouders bezoeken. Tijdens het seizoen zag ik hen ook vaak, want ze kwamen kijken naar elke koers in België waar ik aan de start stond. De meeste van mijn vrienden komen uit de koers. Mijn beste vriend is Jasper De Buyst. We hebben al tegen elkaar moeten koersen, maar dat blijft niet hangen. We doen gewoon onze job.’

Hoe de professionele toekomst van Dehaes er zal uitzien, weet hij nog niet. ‘Ik zou graag actief blijven in de koers, maar dat is niet gemakkelijk. Veel plekjes zijn er niet. Je moet rekenen op iemand die je een kans wil geven. Zelf een fietsenzaak beginnen zie ik niet zitten. Daarvoor kan ik niet genoeg aan fietsen sleutelen. Maar ik heb nog even tijd. Mijn contract loopt pas op 31 december af. Ik ben wat aan het rondkijken, maar ervaring met een gewone job heb ik niet. Toen ik op mijn achttiende afstudeerde aan het Onze- Lieve-Vrouwinstituut in Sint-Genesius-Rode, was ik al aan het koersen. Of ik na mijn wielerpensioen nog veel met de fiets ga rijden? Ik rijd elke ochtend 800 meter naar de school van onze oudste zoon. Meer niet, want ik ben het fietsen een beetje moe. Momenteel heb ik zelfs geen koersfiets, we kregen die van de ploeg. Maar ik ga me er wel eentje aanschaffen. Een ex-prof die geen echte wegfiets heeft, dat kan niet.’

 

Tekst: Jelle Schepers
Foto: Tine De Wilde
Uit: Buurten november 2019