submenu

Trampolinespringer Kim Steenhouwer - 08/04/2020

‘Ik droom van een carrière bij Cirque du Soleil’

Eind vorig jaar mocht trampolinespringer Kim Steenhouwer (21) naar het wereldkampioenschap voor jongeren in Tokio (Japan), om daar op het hoogste niveau zijn sprongen op de dubbele minitrampoline te tonen.

Kim begon met turnen toen hij amper drie jaar oud was en legt ook in de trampolineploeg van de Rodense Koninklijke Sint-Genesiusturngroep (KSGT) de lat voor zichzelf steeds hoger.

‘Turnen zit bij ons in de familie. Mijn tante turnde vroeger en haar twee zonen ook. Zij is nu voorzitster van de turnclub Populaire in Halle, waar ook mijn broer training geeft. Ikzelf was amper drie jaar toen ik met turnen begon, dus het zal wel ergens in de genen gezeten hebben’, vertelt Kim. ‘Voor mij is turnen vooral een manier om mijn gedachten te verzetten en aan niets te moeten denken. In het begin deed ik aan toestelturnen in de turnclub van Halle. Vlak voor een vakantie mochten we daar al eens op de trampoline springen. Zo heb ik de microbe te pakken gekregen. Ik werd lid van de trampolineploeg en begon ook wedstrijden te springen.’

‘Een jaar of vijf geleden ben ik overgestapt naar de trampolineploeg van de Koninklijke Sint-Genesiusturngroep (KSGT) in Rode. Voordien ging ik ook al één keer per week trainen in Sint-Genesius-Rode, maar ik sprong tegelijk ook nog voor mijn oude club in Halle. Ondertussen ben ik actief in drie clubs. Behalve in de trampolineploeg van Sint-Genesius-Rode, train ik één keer per week in Groot-Bijgaarden en één keer per week in Gent. Goed voor 13,5 trainingsuren per week. Trampoline is nu eenmaal een sport waar je hard voor moet trainen’, lacht hij. ‘En dan heeft hij nog lang turnen, Chiro én zwemmen gecombineerd’, zegt zijn moeder van op de achtergrond. ‘Chiro en zwemmen zijn ondertussen weggevallen’, vult Kim snel aan.

Dubbele mini

‘In Rode trainen we enkel op de grote trampoline, terwijl ik in Gent en Groot-Bijgaarden train op de dubbele minitrampoline. Dat is ook de discipline waarvoor ik in december 2019 naar het jeugd-WK in Tokio ben geweest’, vertelt hij. ‘De maanden voordien stonden helemaal in het teken van dat wereldkampioenschap. Ik ging tot zeven keer per week intensief trainen en focuste daarbij op die dubbele minitrampoline. Uiteindelijk belandde  ik in Tokio op de 27e plaats, op een totaal van 40 deelnemers. Rusland blijft een van de sterkste landen op het vlak van trampolinespringen. Op de dubbele minitrampoline is ook Engeland heel goed, China is dan weer sterk op de grote trampoline. Ook Portugal heeft goede springers.’

‘Dat jeugd-WK in Japan is natuurlijk een mooie wedstrijd op mijn palmares. We nemen met de club ook regelmatig deel aan wedstrijden in Portugal. Dat is altijd leuk. Je leert er nieuwe mensen kennen uit buitenlandse clubs en kan er goede contacten leggen. Mijn allereerste buitenlandse wedstrijd in Denemarken is er eentje die me altijd zal bijblijven. Ik moet toen ongeveer 15 jaar geweest zijn. Daar heb ik voor het eerst een reeks met twee dubbele salto’s gedraaid, wat ik nooit zal vergeten.’

‘Als ik luidop mag dromen, zou ik na mijn selectie voor het jeugd-WK graag een plaats veroveren op het ‘echte’ WK. Ook  het Europese kampioenschap, dat dit jaar in Zweden plaatsvindt, zou een mooi visitekaartje zijn. Om daar te geraken, zou ik nog een hogere moeilijkheidsgraad moeten springen en mijn sprongen nog  iets beter moeten afwerken. Die moeilijkheid gaat dan vooral over het combineren van moeilijke sprongen, met hier en daar een halve of een hele draai meer,  dat soort dingen. Voor het WK geldt een heel hoge selectienorm, die ik tot nu toe niet gesprongen heb. Daar ben ik nog niet, maar ik voel dat ik er geleidelijk aan wel kom’, zegt hij vastberaden.

Drie keer overkop

‘De moeilijkste sprong die ik momenteel beheers, is een driedubbele salto met halve draai. Dat lijkt voor veel mensen een bijzonder moeilijke sprong, maar dat valt best mee. Je moet het gewoon aandurven om drie keer overkop te gaan. Als je een sprong voor de eerste keer doet, moet je nadenken over hoe je dat precies gaat aanpakken. Maar op een bepaald moment moet je een klik maken in je hoofd en er voor gaan. Ik ben altijd voorzichtig, maar je mag je niet laten verlammen door angst. Als ik schrik zou hebben, zou ik zeker niet de sprongen doen die ik nu doe. Want soms zie je niet veel tijdens een sprong, bijvoorbeeld als je snel draait. Dan moet je durven te vertrouwen op wat je kunt.’

‘In de KSGT ben ik ook actief in het showteam Flight Mode. Met die groep springen we vooral op evenementen, zoals de jaarmarkt of de kerstmarkt in Rode. Het showgedeelte spreekt mij enorm aan. In de buitenlucht springen geeft ook een extra dimensie, want je moet altijd rekening houden met de wind. Als die iets feller waait, moet je harder werken om in het midden van de trampoline te blijven. Tot nu toe ben ik gelukkig nooit gevallen. Soms land je wel eens verkeerd, maar dan ben je achteraf hooguit wat stijf.’

In 2018 nam Flight Mode deel aan het VTM-programma Belgium’s Got Talent. Het team bereikte daar de halve finale. Ook Kim stond er mee op het podium. ‘Dat was een hele ervaring’, vertelt hij. ‘We moesten er uiteraard veel tijd voor vrijmaken, tijd die we minder konden spenderen aan wedstrijden. Plots hadden we een hoop audities, repetities en opnamedagen in te plannen. Maar het was een bijzonder leuke belevenis om daar op het podium te staan.’

Adrenaline

Momenteel combineert Kim het trampolinespringen met een opleiding als leerkracht lichamelijke opvoeding. ‘De combinatie met mijn studies lukt wel, je moet vooral goed kunnen plannen. Ik heb gelukkig een topsportstatuut op school. Dat maakt het iets gemakkelijker te combineren. In de KSGT ben ik de oudste trampolinespringer. Ik hoop dat ik kan doorgaan tot mijn lichaam zegt dat het genoeg geweest is. Ik volg trouwens ook een initiatorcursus voor trampoline, met de bedoeling om later zelf training te kunnen geven. Maar als ik mag dromen, zou ik eerst graag bij Cirque du Soleil terechtkomen. Ik merk namelijk dat ik geniet van de shows die we geven met Flight Mode. Al zullen de selectieprocedures waarschijnlijk niet min zijn. Als dat niet lukt, zou ik bij de brandweer durven te solliciteren. Dat spreekt mij hard aan, al kan ik niet zeggen waarom precies. Ik denk dat ik via het trampolinespringen een bepaald adrenalinegehalte nodig hebt. Als ik op een trampoline sta, krijg ik een boost. Ik vermoed dat ik in een job naar dezelfde kick op zoek zal gaan.’

Tekst: Heidi Wauters
Foto: © Tine De Wilde
Uit: buurten april 2020