submenu

Mantelzorger Johan Hellebuyck en echtgenote Benedicta Vandevoorde - 21/05/2020

‘We kunnen elkaar niet meer missen’

Sinds dit jaar komen Rodense mantelzorgers in aanmerking voor een gemeentelijke mantelzorgpremie. Buurten ging op de koffie bij het echtpaar Hellebuyck-Vandevoorde. In 2010 werd Benedicta getroffen door een trombose. Sindsdien zorgt haar echtgenoot Johan met veel liefde voor zijn vrouw.

Sinds 1 september 2013 woont het echtpaar in een assistentiewoning in de Vergeet-mij-nietjeslaan. ‘We zijn afkomstig van het West-Vlaamse Tielt’, steekt Johan van wal. ‘Door mijn werk zijn we in 1965 in Schaarbeek beland. Ik werkte bij de douane en moest in de omgeving van Brussel wonen omdat ik altijd beschikbaar moest zijn. In onze straat woonden veel militairen en mensen die bij Sabena werkten, quasi allemaal Vlamingen. Ik zat daar in het zangkoor, in het Davidsfonds, in allerlei verenigingen. Dat is niet meer te vergelijken met het Schaarbeek van vandaag.’

‘Toen in 1970 onze eerste zoon geboren werd, wou mijn vrouw thuis blijven, maar tegelijk wilde ze graag iets bijverdienen’, gaat hij verder. ‘Ze kreeg toen de kans om in Sint-Genesius-Rode als conciërge aan de slag te gaan. Dat heeft ze 40 jaar gedaan. Ondertussen voedde ze ook onze twee kinderen op.’

Verlamd

In 2010 kreeg Benedicta een trombose. ‘Sindsdien is ze aan de linkerkant verlamd. Toen was het gedaan met werken. Ik heb drie jaar thuis voor haar gezorgd, tot onze zonen zeiden: Stop papa, het is te veel. We woonden in een groot huis met een ruime tuin in de Eikenlaan. Ik heb hartzeer gehad toen ik dat moest achterlaten. De eerste maanden in onze assistentiewoning vond ik het moeilijk om mij aan te passen. Gelukkig hebben we veel steun gehad aan de mensen van het lokaal dienstencentrum De Boomgaard. Er is hier altijd iets te doen. Je mag vragen wat je wil, ze zijn altijd beschikbaar.’

De dag van de trombose kan Johan zich nog haarscherp herinneren. ‘Het gebeurde op een ochtend. We waren 45 jaar getrouwd en zouden met de kinderen en de kleinkinderen naar zee vertrekken om onze huwelijksverjaardag te vieren. Ik ben om 7 uur opgestaan om koffie te maken, mijn vrouw was ook al wakker. Ik kom eraan, zei ze nog. Een kwartier later was ze nog niet beneden. Toen ik ging kijken, lag ze roerloos naast ons bed. Ik dacht even dat ik haar kwijt was.’

‘Die trombose heeft mijn leven helemaal op zijn kop gezet’, zegt Benedicta. ‘Maar ik heb altijd moed gehouden, en veel gebeden dat het weer in orde zou komen. Gelukkig heeft mijn man altijd met veel liefde voor mij gezorgd’, vertelt ze. ‘We zijn getrouwd in 1965. Dat is stilaan een uitzondering geworden’, lacht Johan. ‘Tegenwoordig houden ze het na tien jaar al voor bekeken, maar wij kunnen elkaar niet meer missen’, zegt hij glimlachend.

‘Ik vind het fijn om voor mijn echtgenote te zorgen, maar het is niet altijd gemak­kelijk’, vervolgt Johan. ‘Als mijn vrouw aan de activiteiten in het dienstencentrum deelneemt, kan ik ervan genieten om in mijn zetel een boek te lezen of televisie te kijken. Ik kijk graag naar de koers. We hebben ook veel steun aan onze kinderen. Onze oudste zoon woont in Pepingen, de jongste in Relegem. Er zijn ondertussen ook kleinkinderen: drie jongens en een meisje. Elke week brengen de kinderen ons een bezoekje. De kleinkinderen komen soms eens slapen. Dan brengen ze hun luchtmatras mee.’

Familiebedrijf

‘Ook vanuit De Boomgaard wordt goed voor ons gezorgd. Dat is hier precies een groot familiebedrijf. We zijn blij met al die hulp. Mensen die het moeilijk hebben of in de miserie zitten, zouden er meer gebruik van moeten maken. Eigenlijk is er veel mogelijk, maar je moet weten waar naartoe. Zo komen ze ons helpen om boodschappen te doen of naar de apotheek te gaan. Ook om te poetsen, te strijken of de was te doen, krijgen we extra ondersteuning’, vermeldt Johan. Het enige wat Benedicta echt mist, is zelf kunnen koken. ‘Nu ik aan één kant verlamd ben, kan ik niet meer in de keuken staan. Dat deed ik vroeger echt graag. Nu kan ik wel een beetje stappen, maar met mijn linkerarm kan ik niks meer doen.’

‘Ook de mantelzorgpremie hebben ze hier voor ons aangevraagd. Het is tof dat de gemeente iets doet om tegemoet te komen aan de mantelzorgers. Ze spreken van minimaal 10 euro per maand, afhankelijk van je inkomen. Het eerste wat ze vragen, is je belastingaangifte’, lacht Johan. ‘Ik heb 45 jaar voor de staat gewerkt en mag dus niet klagen over mijn pensioen. Gelukkig maar, want de kosten lopen snel op als iemand extra verzorging nodig heeft. Je moet rekenen op 150 à 200 euro per maand aan medicijnen, plus de kosten voor de dokter en de kinesist … We komen niet toe met ons pensioen. Een geluk dat we ons huis verkocht hebben’, knipoogt hij. ‘Zolang we samen zijn, zijn we gelukkig. ‘s Middags zet ik mijn vrouw in haar rolstoel om samen een hapje te gaan eten. Dan komen we terug naar ons flatje en zitten we hier op ons gemak. We gaan dat nog een tijdje trekken, als we kunnen’, besluit Johan.

 

Tekst: Heidi Wauters
Foto: Tine De Wilde
Uit: Buurten mei 2020

 

Nieuw in Rode: mantelzorgpremie

Als je regelmatig zorg verleent aan een familielid, vriend of buur die thuis woont, ben je een mantelzorger. Sinds dit jaar heeft Sint-Genesius-Rode een gemeentelijke mantelzorgpremie. Afhankelijk van de zorgbehoevendheid bedraagt die premie 120 of 240 euro op jaarbasis.

Hoe aanvragen?

Vraag een formulier op bij de thuiszorg-diensten van het OCMW (02 302 22 98) of op www.sint-genesius-rode.be. Ook het volledige reglement vind je online. Aanvragen voor 2020 moeten uiterlijk op 30 november 2020 ingediend zijn.