submenu

Leen Dejonckheere en Dirk Loonbeek van het O.-L.-V.-instituut - 25/05/2020

‘Meer ademruimte voor leerlingen’

De tuin van het vroegere klooster mee integreren in de speelplaats, om de leerlingen letterlijk en figuurlijk meer ademruimte te geven. Dat is een van de projecten die in de secundaire afdeling van het Onze-Lieve-Vrouwinstituut op stapel staan.

Dirk Loonbeek (directeur 2e en 3e graad) en Leen Dejonckheere (adjunct-directeur en verantwoordelijke voor de 1e graad) vertellen er meer over.

Wat zijn jullie van plan met de kloostertuin?

Dirk: ‘Het is de bedoeling om de tuin van het klooster mee te integreren in de bestaande speelplaats en zo meer groen in de school te krijgen.’

 

Leen: ‘Tijdens de krokusvakantie hebben we de muur tussen de speelplaats en de kloostertuin gesloopt, waardoor we letterlijk dichter bij de Molenbeek zijn gekomen. Die muur was in zo’n slechte staat dat we niet anders konden dan hem volledig af te breken. Aan de andere kant van onze gebouwen hebben we de oude jongenstoiletten tussen de kleine en de grote speelplaats afgebroken. Ook daar is het de bedoeling om een stukje extra groen te creëren.’

Hebben jongeren meer nood aan ruimte dan vroeger?

Leen: ‘Ik ben ervan overtuigd dat jongeren meer nood hebben aan beweging en ruimte. Dat is zeker ook gelinkt aan de alomtegenwoordigheid van smartphones. Vaker dan vroeger zijn er leerlingen die het psychologisch of emotioneel moeilijk hebben. We hopen dat het groen extra rust geeft. Toen we hier vijf jaar geleden begonnen, stond er boven op de school- muren overal een draadafsluiting. Die draad hebben we als eerste weggehaald.’

Dirk: ‘Inmiddels staat er ook een boom op de grote speelplaats. Dat is het begin geweest.’

Leen: ‘We nemen ook al twee jaar deel aan de Rode Neuzenactie. Het afgelopen jaar hebben we ruim 2.000 euro opgehaald. De leerkrachten hebben een filmavond op poten gezet en een sponsoractie gehouden. Er zijn ook cuberdons verkocht om extra geld in het laatje te krijgen. Dat geld besteden we aan de tuin.’

Welk beleid voert de school op het vlak van gsm’s en smartphones?

Dirk: ‘Op de speelplaats mogen de leerlingen een gsm gebruiken, maar niet in de gebouwen.’

Leen: ‘Volgend jaar komen er lockers in alle klassen, zodat elke leerling een eigen kluisje heeft. Dan willen we ook ons gsm-beleid een beetje aanpassen. Ik ben geneigd om op dat moment te zeggen: de gsm gaat in het kluisje en komt er tijdens de schooltijd niet meer uit.’

Dirk: ‘Een aantal jaar geleden was de beweging om de gsm toe te laten op school, maar we ondervinden de afgelopen twee jaar dat ook de ouders stilaan van mening veranderen. Eigenlijk zijn zij vragende partij om de regels voor gsm-gebruik op school opnieuw te verstrengen.’

Leen: ‘Soms geven leerlingen zelf aan dat ze zich vervelen, omdat hun vrienden op hun gsm spelletjes spelen, terwijl zij wel zin hebben om iets anders te doen. Dat zijn signalen die we als directie niet kunnen negeren.’

Dirk: ‘Op het vlak van informatica en elektronica is de wereld de voorbije tien jaar enorm geëvolueerd. Dan moet je als school je beleid tegen het licht durven te houden. Tegenwoordig hebben we in elke klas een computer en een beamer staan.’

Leen: ‘Er zijn leerlingen die een hele dag op de pc werken in de klas. Dat was vroeger niet het geval. Daarnaast hebben we een 20-tal chromebooks die we op het secretariaat bewaren en die daar geleend kunnen worden. In de klas is het heel praktisch om daarmee de les op te bouwen. Toch gaat alles in golven. Pakweg tien jaar geleden is het digitale bordboek opgekomen. Plots moest het groene schoolbord verdwijnen en was het al digitaal wat de klok sloeg. De laatste jaren stellen we vast dat leerkrachten teruggrijpen naar het klassieke schoolbord.’

Dirk: ‘De hervormingen van de eerste graad vragen ook een andere aanpak dan vroeger.’

In welke zin wordt die eerste graad hervormd?

Dirk: ‘Het komt erop neer dat alle leerlingen van de A-stroom en de B-stroom een algemene vorming krijgen die voor iedereen hetzelfde is.’

Leen: ‘In het eerste jaar is 27 uur voor alle leerlingen hetzelfde, in het tweede jaar is dat een pakket van 25 uur. Binnen dat lessenpakket moeten de leerlingen een aantal basisdoelen bereiken en ook een basisgeletterdheid behalen. De overige vijf uur moeten we remediërend en differentiërend aanbieden. Daarbij is elke school vrij om te kiezen hoe ze die uren precies invult. Wij hebben er bijvoorbeeld voor gekozen om de richting Latijn te laten bestaan. Dat moet dan in die vijf uur zitten. Op het einde van het eerste jaar worden er geen attesten meer gegeven, want het zijn graadleerplannen en eigenlijk mag je als school pas op het einde van het tweede jaar de beslissing nemen of een leerling al dan niet kan doorstromen naar de volgende graad. Of dat goed is, zal de tijd moeten uitwijzen.’

Dirk: ‘Het moeilijke is dat het momenteel niet duidelijk is welke richting de hervor- mingen verder zullen uitgaan. In het eerste jaar zijn de hervormingen al doorgevoerd, volgend schooljaar is het tweede jaar aan de beurt. Maar voor de tweede en derde graad is er momenteel geen duidelijk plan. Er zijn grote lijnen bekend, maar daar stopt het ook.’

Wat geeft jullie de meeste voldoening in de job?

Leen: ‘Als je lesgeeft, ben je hoofdzakelijk met je leerlingen bezig. Je focus ligt op de klas en het lesgeven. In onze functie is dat anders. Als er problemen zijn met leerlingen, zie je zowel de leerlingen als de ouders om die problemen op te lossen. Soms zijn dat heel toffe momenten, soms ook mindere. Maar de relatie die je met hen opbouwt, is helemaal anders dan als je gewoon lesgeeft. Voor mij geeft dat de meeste voldoening.’

Dirk: ‘Als je leerlingen hulp biedt, zie je vaak dat ze nadien een stap vooruitzetten. Ze zijn daar ook dankbaar voor. Dat doet deugd.’

Wat zijn voor jullie de grootste uitdagingen?

Dirk: ‘Een van de moeilijkste aspecten aan de directiefunctie is om alle vacatures op een goede manier ingevuld te krijgen. Het lerarentekort is echt dramatisch.’

Leen: ‘We zijn inderdaad al blij als er überhaupt iemand solliciteert. Vaak hebben we niet de luxe om uit meerdere kandidaten te kunnen kiezen.’

 

Tekst: Heidi Wauters
Foto: Tine De Wilde
Uit: Buurten mei 2020