submenu

Corona aan de deur van Bakanja-Ville - 29/05/2020

Eind maart kreeg buurten via het Rodense comité voor Missie en Ontwikkeling een brief van paters salesianen Manu De Greef en Eric Meert uit Lubumbashi, over de coronacrisis in Bakanja-Ville. Lees hier hun relaas.

Goede vrienden,

Jullie zitten volop in de crisis! Wij mogen er ons nog aan verwachten. Misschien goed ook, want alles komt hier wat trager op gang. Zo hebben we de kans om ons min of meer voor te bereiden. Want gezien de gezondheidsinfrastructuur dreigt het hier een echte catastrofe te worden. Men geeft prognoses van 1 miljoen doden als het virus hier echt zou uitbreken. En Afrika zou Afrika niet zijn als er ook niet al die gedachten van tovenarij en het zoeken van schuldigen bij kwamen …

Maar als de overheid zegt dat je ‘thuis’ moet blijven … Hoe doe je dat met mensen die leven van dag op dag? Wat ze tijdens de dag verdiend hebben, spenderen ze ’s avonds al aan het avondmaal. De moeders die de straten afschuimen met wat fruit of maïskolven in een bassin op het hoofd om hun gezin een maaltijd te kunnen geven, kunnen het zich niet permitteren om thuis te blijven.

We hebben al een voorproefje gekregen. Deze week was in de stad alles gesloten omwille van een vliegtuig dat was geland vanuit Kinshasa waarop twee potentiële ‘verdachten’ zaten.  Die twee dagen moesten hen de tijd geven om de 75 andere passagiers op te sporen. Uitein­delijk vonden ze er 42 terug. En volgens de officiële media was het uiteindelijk loos alarm. Op de luchthaven zou er een ‘quarantainehospitaal’ komen, maar dat zijn de slaapbarakken van de Chinese werklieden die de piste van de luchthaven vernieuwd hebben. Er moet dus nog heel veel gebeuren voor de opvang.

De overheid heeft wel een goede beslissing genomen. Alle binnenlandse vluchten worden afgelast. Want op het moment dat er 30 patiënten waren, waren er daarvan 26 die terugkwamen uit Europa. Als je dan weet dat er maar 60 beademingsapparaten in Kinshasa zijn voor een stad van 10 miljoen inwoners, geeft dat een beeld van wat het kan worden. Een hoopvolle gedachte is dat ze hier het ebolavirus kennen en dus ervaring hebben met zeer besmettelijke virussen en quarantaine. Een andere gedachte waar we ons aan optrekken is dat men ondertussen een mix van geneesmiddelen gevonden zou hebben die het virus kan neutraliseren. Daar kunnen we alleen maar op hopen.

De jongeren en kinderen proberen we zo veel mogelijk te beschermen door hen reflexen aan te leren om zichzelf en de opvoeders te beschermen. Aan de groep die logeert in Bakanja-Ville hebben we gevraagd de nodige regels in acht te nemen, zoals regelmatig de handen wassen en de nodige afstand houden. Dat is een probleem, omdat Congolezen je gemakkelijk bij de hand nemen. We hebben er dan maar een spel van gemaakt om elkaar te groeten met de voeten of de ellebogen. Plezier verzekerd! Er is ook een voorraad water met chloor om de handen te wassen voor het eten. Daarnaast zijn de vrijwilligsters volop bezig met het naaien van maskers. De lokalen en de eetzaal worden iedere dag ontsmet met een chlooroplossing. Asepsie oblige!

De jongeren die nog in de straten van de stad slenteren, dat is nu de kwetsbaarste groep. Zij mogen voorlopig niet meer binnenkomen om de andere kinderen, de opvoeders en de sociale assistenten niet te kunnen besmetten. Om hen voor te bereiden rijden we nog uit met de sociale ambulance. Ook hier proberen we hen bewust te maken van het gevaar dat ze lopen. We blijven een half uurtje bij elk groepje en we laten hen zelf al onze aandachtspunten herhalen, zodat het er goed inzit. We hebben hen ook geïnformeerd over welk hospitaal hen zal onthalen voor een eerste onderzoek in geval van problemen.

We zijn nu aan het uitdokteren hoe we hen nog meer kunnen ondersteunen. We denken eraan om sojakoeken en zeep uit te delen. We zoeken daar centen voor, want voor de kas van Bakanja is dat een hele aderlating. We proberen ook mensen ter plaatse te sensibiliseren. Natuurlijk moeten we ook beschermingsmateriaal vinden voor de mensen die spullen uitdelen. Het is plannen en uitkijken. We trachten Unicef en de vertegenwoordigers van het ministerie van Sociale Zaken bewust te maken van het probleem, maar men blijkt daar geen gehoor aan te geven. We geven de moed niet op.

We zouden bovendien geen salesianen zijn als we niet kijken naar wat Don Bosco deed. Bij een cholera-epidemie in zijn tijd heeft hij de jongeren ingezet om te helpen. Daaraan verbond hij ook gebedsmomenten. Als we de geschiedenis mogen geloven, raakte geen enkele van zijn jongens besmet. Wij zijn daar ook mee begonnen en hopen dat ons geloof sterk genoeg is om deze periode door te komen.

Bedankt aan iedereen die met ons meeleeft en ons blijft aanmoedigen. Wij geloven erin en gaan ervoor!

Manu en Eric

Foto: Manu De Greef
Uit: Buurten mei 2020