submenu

Lokale opvanginitiatieven (LOI’s) in Rode - 16/06/2020

12 woningen voor 36 personen

Op onze tocht langs de Molenbeek houden we deze maand halt in de Stationsstraat, waar Siene Verhelst een woning verhuurt aan het Rodense OCMW. Het OCMW gebruikt dat huis op zijn beurt als een lokaal opvanginitiatief (LOI), een plek waar asielzoekers kunnen verblijven.

Maatschappelijk assistente Karlien Hamel- ryck vertelt hoe dat allemaal in zijn werk gaat. Wat is een lokaal opvanginitiatief (LOI) precies?

Karlien Hamelryck: ‘Eigenlijk is dat vergelijkbaar met een asielcentrum, maar voor een ander publiek. Volgens het huidige beleid moeten asielzoekers die in ons land aankomen eerst in een collectief opvangcentrum verblijven vooraleer ze naar een LOI worden doorverwezen. In zo’n LOI leven asielzoekers samen met hun gezin, zoals ze dat thuis in hun land van herkomst deden. Ze worden daarbij begeleid door het OCMW.’

Wat houdt die begeleiding precies in?

Hamelryck: ‘De kandidaat-asielzoekers krijgen elke week leefgeld. Het exacte bedrag wordt bepaald door Fedasil, het federaal agentschap dat verantwoordelijk is voor de opvang van asielzoekers in ons land. Daarmee moeten ze boodschappen doen. De huur van de woning, de water- en energiefacturen betaalt het OCMW, met subsidies van Fedasil. We controleren als OCMW wel regelmatig het energieverbruik. Als die mensen in een latere fase erkend worden als asielzoeker, moeten ze via de reguliere huurmarkt op zoek naar een woning. Daar moeten ze uiteraard zelf hun facturen betalen. We proberen hen dus zo vroeg mogelijk uit te leggen hoe ze zo energiezuinig mogelijk kunnen leven. Als ze in een LOI constant de verwarming op de hoogste stand zetten en tegelijk de ramen laten openstaan, zullen hun facturen later ook de pan uit swingen. Voor ons lijkt dat evident, maar dat is niet voor iedereen het geval. Daarnaast bieden we ondersteuning in de keuze van scholen en vrijetijdsbesteding, en we regelen de bijdrage in de medische kosten, aangezien ze nog geen recht hebben op terugbetaling door het ziekenfonds.’

Welke asielzoekers kunnen in een LOI terecht?

Hamelryck: ‘Dat kunnen we terugbrengen tot twee grote groepen. Ten eerste zijn er de asielzoekers die wachten op de erkenning van hun asielaanvraag. Vroeger kon zo’n procedure jaren aanslepen. Nu is de ambitie van de regering om die termijn zo kort mogelijk te houden. De meeste mensen verblijven hier acht maanden tot een jaar. De tweede groep zijn de erkende vluchtelingen in transitie. Dat zijn de mensen die al erkend werden en dus in België mogen blijven. Zij worden naar een LOI doorverwezen tot ze een definitieve woning vinden. Als OCMW zien we er vooral op toe dat de huurwaarborg in orde geraakt of we gaan soms bemiddelen tussen de huurder en de eigenaar.’

Hoeveel Rodense woningen worden momenteel gebruikt als LOI?

Hamelryck: ‘We hebben in Rode 12 woningen, waar in totaal 36 personen in terechtkunnen. Er zijn plaatsen voor alleenstaanden, koppels, alleenstaande moeders met een kind en gezinnen met kinderen. Momenteel vangen we mensen op uit Syrië, Palestina, Eritrea, Venezuela en Somalië.’

Wat zijn de grootste uitdagingen van de job?

Hamelryck: ‘Communicatie is zonder twijfel de grootste uitdaging. We willen de behoeften van onze LOI-klanten zo goed mogelijk begrijpen, zodat we begeleiding op maat kunnen uittekenen. Maar als er iemand bij ons langskomt die enkel Spaans of Arabisch spreekt, loopt die communicatie soms moeizaam. Gelukkig kunnen we daarvoor rekenen op PIN vzw, die toeleiders heeft. Dat zijn meestal ervaringsdeskundigen die de asielzoekers wegwijs maken in de gemeente. Uitleggen hoe ze afval moeten sorteren of hoe de inschrijvingsprocedure voor de school werkt, vertellen waar ze de dichtstbijzijnde apotheek of dokterspraktijk kunnen vinden ... De toeleider die hier in Rode actief is, spreekt gelukkig Arabisch.’

Zijn er mensen met wie jullie achteraf nog contact blijven houden?

Hamelryck: ‘Als ze uit de gemeente vertrekken, hebben we minder contact. Tenzij ze nog bepaalde documenten nodig hebben, dan horen of zien we hen nog wel eens. Als ze in de gemeente blijven wonen, worden ze verder begeleid door het OCMW. Als vluchtelingen erkend worden, start meestal de zoektocht naar een job. Dat is niet altijd gemakkelijk, vaak omdat ze de taal nog onvoldoende onder de knie hebben. Vanuit het OCMW bieden we dan verdere omkadering op maat aan. Sommige mensen hebben zware psychische problemen. In zo’n geval verwijzen we hen door naar een psycholoog of psychiater. Ook op medisch gebied worden ze begeleid. Zo zijn er twee vaccinatiemomenten per jaar.’

Hebben jullie nog plannen voor de toekomst?

Hamelryck: ‘Er zijn nog veel dingen die we graag willen uitwerken. In de eerste plaats iets rond vrijwilligerswerk. Zeker de alleenstaande personen die hier aankomen, willen graag iets omhanden hebben in afwachting van de goedkeuring van hun dossier. Al is dat niet altijd evident. Vaak spreken ze de taal niet goed genoeg of is er wantrouwen van  de buitenwereld. Afhankelijk van het moment waarop de mensen hier aankomen, is een taalopleiding soms al gestart en kunnen ze niet meteen aansluiten. Om die tijd te overbruggen, zou het fijn zijn als ze ergens met vrijwilligerswerk kunnen beginnen.’

Zien jullie nog andere uitdagingen?

Hamelryck: ‘Op het vlak van huisvesting ligt er een grote uitdaging bij de regering. Asielzoekers hebben niet veel geld en zijn beperkt in hun mogelijkheden. Ze kunnen zich uiteraard geen luxeappartementen veroorloven en moeten na een verblijf in een LOI vaak aan levenskwaliteit inboeten. Fedasil legt normen op waaraan een LOI-woning moet voldoen, bv. over het aantal vierkante meters voor slaapkamers en het feit dat jongens en meisjes niet samen mogen slapen ... Maar na een verblijf in een LOI is dat vaak niet realistisch. We hebben hier een gezin met acht personen, waarover we ons nu al het hoofd breken. Ze zitten momenteel in een woning met drie grote slaapkamers, maar een vergelijkbaar huis van die oppervlakte kunnen ze op de reguliere huurmarkt nooit betalen.’

Zijn er nog misverstanden die jullie graag de wereld uit willen helpen?

Hamelryck: ‘De buitenwereld denkt vaak dat die mensen hier alles in de schoot geworpen krijgen, maar dat is absoluut niet het geval. Alleenstaanden krijgen 70 euro per week. Daarmee moeten ze niet alleen eten kopen, maar ook alles van verzorging en hygiëne zit daarin. Elke andere steun die ze vragen, wordt gewikt en gewogen. Ze worden zeker niet overladen met cadeaus. Integendeel. Ze starten het leven hier in België met een schuld, terwijl ze in hun thuisland waarschijnlijk een mooi leven hadden vooraleer ze op de vlucht sloegen voor oorlog of geweld.’

 

Tekst: Heidi Wauters
Foto: © Tine De Wilde
Uit: buurten juni 2020