submenu

Francis Vanbellingen in Zweden - 19/10/2020

Koude frieten met veel ketchup

In 2008 verhuisde Francis Vanbellingen samen met echtgenote Ingrid en hun drie zonen naar Norrland, de meest noordelijke regio van Zweden. Na twaalf jaar zou hij de uitgestrekte bossen en de rust niet meer kunnen missen.

‘De keuze voor Zweden was geen toeval’, vertelt Francis. ‘Mijn vrouw en ik delen een passie voor Astrid Lindgren. Onze eerste Zweedse reis ging naar Vimmerby, de plaats waar Lindgren opgroeide en waar een themapark gebouwd is rond alle figuren uit haar boeken.’ Bij de beslissing om te verhuizen, ging het gezin Vanbellingen niet over één nacht ijs. ‘Eerst zijn we een aantal keer naar Zweden gereisd, om te zien in welke regio we precies wilden wonen’, zegt hij. ‘Ik had bovenaan op mijn verlanglijst gezet dat ik in een streek wou terecht- komen waar het nog echt winter werd. Zo is de keuze op Norrland gevallen, het noordelijkste van de drie landsdelen van Zweden, dat bijna 60 procent van de oppervlakte inneemt.’

Het is een regio van extremen. In de zomer gaat de zon ’s nachts niet onder. ‘Dat was wennen in het begin. Als je ‘s nachts wakker wordt en alles baadt in het licht, is je bioritme in de war. In september loopt die periode stilaan op zijn einde. Het wordt nog niet echt pikdonker ‘s nachts, maar wel schemerdonker. Omgekeerd blijft het donker in de winter. Dat heeft ook zijn mooie kanten.’

Gehucht met 54 inwoners

Het dorp waar het gezin Vanbellingen neerstreek, heet Skorped. ‘Ik zeg altijd dat we in een klein dorp wonen, maar dat klopt niet helemaal. Het is groter dan Vlaams- en Waals-Brabant samen. Op die oppervlakte wonen iets minder dan 600 mensen. Ons huis ligt in het gehucht Önskan. Qua grootte zal dat vergelijkbaar zijn met Sint-Genesius- Rode. Er wonen exact 54 inwoners. Rustig is het hier wel’, lacht hij.

Francis en Ingrid verhuisden destijds naar Zweden met hun drie zonen. ‘De oudste was zestien toen we hier zijn komen wonen. Hij heeft het allicht het moeilijkste gehad om zich hier aan te passen. Intussen is hij de liefde gevolgd en woont hij weer in België. De middelste zoon heeft de Zweedse nationaliteit. Hij wou absoluut zijn militaire dienst doen. Deze zomer heeft hij als kok gewerkt op een eiland in de buurt. Ook de jongste zoon wil graag kok worden.’

Waardering

‘In de beginjaren hadden we een bed and breakfast, maar daar zijn we in 2015 mee gestopt. De reden daarvoor was eenvoudig: de opbrengst lag te laag voor ons harde werk. Nu staan mijn echtgenote en ik ten dienste van de bevolking. Zij is de verantwoordelijke in de lokale supermarkt, en ik rijd met de bus. We krijgen veel waardering voor wat we doen. Hier in Skorped hebben we twee busdiensten. De eerste lijn rijdt langs de scholen in de regio. De tweede busdienst is de industrie- of de arbeidersbus, die ook aan het plaatselijke ziekenhuis stopt. Die laatste busroute is zo’n 120 kilometer lang. Ongeveer 80 procent van het traject loopt over grindwegen.’

‘Iedereen kent mij hier als de Belg, al zal dat binnenkort niet meer waar zijn’, vertelt Francis. ‘Midden augustus heb ik de Zweedse nationaliteit aangevraagd. Er is weinig dat mij nog aan België bindt. De enige dingen die ik mis, hebben met voeding te maken. In België woonden we op een paar honderd meter van een frietkot. Als je ’s avonds geen zin had om te koken, ging je snel frieten halen. Hier moet ik daarvoor minstens 70 kilometer rijden. Tegen de tijd dat ik terug ben, zijn mijn frieten koud’, lacht hij. ‘Op culinair vlak is hier werk aan de winkel. Zweden eten vaak macaroni met falukorv, een soort traditionele Zweedse worst, en massa’s ketchup. Hier wordt onvoorstelbaar veel ketchup gegeten.’

Niet kussen

Corona was in het noorden van Zweden een ver-van-hun-bedshow. ‘Ik heb net de coronastatistieken nagekeken voor de provincie Västernorrland – een gebied zo groot als twee derde van België. Tot nu toe zijn in die hele regio 1.744 besmettingen vastgesteld en zijn er 128 mensen overleden aan het virus. We hoeven hier geen mondmaskers te dragen en er was ook geen lockdown. Maar in Norrland wonen we natuurlijk ver van elkaar. Aan de ingang van de winkels staat ontsmettingsalcohol en er kleven stickers op de grond die aanmanen om anderhalve meter afstand te houden. Dat wordt goed gerespecteerd door de lokale bevolking, maar iets minder door de toeristen. In de zomer komen er nogal wat mensen die hier een zomerverblijf hebben. Die groep was lakser bij het opvolgen van de maatregelen. Maar weet je wat ook helpt? Zweden kussen niet ter begroeting en schudden elkaar ook weinig de hand. Dat was ook al zo voor het coronavirus uitbrak.’ 

In Rode woonde Francis in het gehucht De Hoek. ‘Eerst in de Schoolstraat. Later zijn we verhuisd naar de wijk aan de Krekelstraat en de Vlinderstraat. Waar nu de Smoutmolen is, was vroeger ons speelterrein. We noemden dat de bres. We gingen daar voetballen, speelden er cowboy en indiaantje en waanden ons amateur-archeoloog. We hebben er ooit eens beenderen opgegraven. De mensen uit de buurt probeerden ons wijs te maken dat het beenderen waren van soldaten die nog gestreden hadden met Napoleon tijdens de Slag bij Waterloo’, zegt hij. ‘Ook het Visserspad langs de Molenbeek vond ik een mooie plek.’ In Zweden voelt Francis zich het beste in zijn eigen streek. ‘Op amper 50 meter van mijn huis liggen duizenden hectares bos. Wat moet je nog meer hebben?’

Tradities

Als we videobellen met Francis, wordt net het nieuwe surströmming-seizoen geopend. Surströmming is een gefermenteerde haring in blik, die de reputatie heeft om afschuwelijk te stinken. ‘We wonen midden in de regio waar de bekendste merken geproduceerd worden’, vermeldt hij. ‘Ik heb het al een aantal keer geprobeerd, maar ik krijg het niet binnen. Omwille van corona is het programma dit jaar wat aangepast, maar anders staan er tenten op het dorpsplein, wordt er accordeon en viool gespeeld en worden traditionele liederen gezongen om het seizoen in te luiden. Dat soort tradities krijgen ze hier nooit kapot.’

Net omdat hij tradities zo belangrijk vindt, is Francis enorm begaan met het lot van de Sami. ‘Voordat we naar Zweden kwamen, wist ik niet veel over hen. Nu besef ik dat ze het enige overblijvende inheemse volk van Europa zijn. Toch worden ze hier nog altijd gediscrimineerd.’ Ook de talrijke windmolens die in de streek gebouwd worden, baren hem kopzorgen. ‘Ongeveer 80 procent daarvan is bedoeld om Duitse gezinnen te voorzien van stroom. Waarom moeten die hier staan? Bovendien willen ze windmolens bouwen op een traject dat de rendieren volgen om van het ene graasgebied naar het andere te gaan. Die gronden behoren meestal aan Sami toe, maar ze hebben geen papieren om dat te bewijzen. Tegen dat soort onrecht blijf ik me verzetten.’

Tekst: Heidi Wauters
Foto: © Ingezonden
Uit: buurten oktober 2020