submenu

Pascal Swaelens: 12 jaar speurder bij Cel Vermiste Personen - 26/12/2020

‘Professioneel kom je beter niet met mij in contact’

Pascal Swaelens uit Sint-Genesius-Rode is al 12 jaar speurder bij de Cel Vermiste Personen. ‘Ik besef dat we niet iedere verdwijning kunnen oplossen, maar toch knaagt dat.’

De meest bekende figuur binnen de Cel Vermiste Personen van de federale politie is ongetwijfeld Alain Remue. Maar verdwijningszaken oplossen doet Remue uiteraard niet alleen. Daarvoor heeft hij een heel team achter zich. Geboren en getogen Rodenaar Pascal Swaelens (56) is een van hen. Onlangs was hij nog te zien in de gelijknamige docureeks op Eén naar aanleiding van het 25-jarige bestaan van de opsporingsdienst. ‘Onze dienst staat hoog aangeschreven. Dat is een deel de verdienste van Alain, die het goed kan uitleggen en die de Cel niet afschermt’, vertelt Pascal Swaelens. ‘Onze prestaties op het terrein, die we samen met andere politiediensten en partners bereiken, dragen natuurlijk ook bij tot het respect ten opzichte van de Cel. Toch voelt wat wij doen niet aan als werk. Het is een roeping, een passie. Wij willen zaken oplossen, antwoorden vinden en geven.’

Als jonge snaak droomde Pascal er al van om mensen te helpen, maar dan als brandweerman. Toch sloeg hij eerst een andere weg in. Als twintiger hield hij zes jaar een traiteurszaak open in Sint-Jans-Molenbeek. Nadien vervoegde hij in datzelfde Molenbeek de rangen van de gemeentepolitie. Eerst bij de interventiedienst, later bij de recherche, waar hij zich ook bekommerde om de verdwijningszaken. ‘Begin 2008 ben ik overgestapt naar de Cel. Ik heb er nog geen seconde spijt van gehad, al klopte ik wel lange dagen. Ik draaide toen mee in de wachtdiensten, waardoor ik een week lang, dag en nacht, het aanspreekpunt was voor onrustwekkende verdwijningen in heel het land. Een werkdag eindigde soms laat in de avond. Het gaat om mensenlevens. Je kan het niet maken om aan ongeruste familieleden om vijf uur te zeggen dat je morgen wel verder zal zoeken.’

Mentaal zwaar

Ook mentaal is speurder zijn bij de Cel niet te onderschatten. ‘De meeste verdwijningsdossiers lopen gelukkig goed af. Iemand laten weten dat zijn of haar familielid levend en wel is terug- gevonden, geeft een supergevoel. Toch brengen we niet altijd goed nieuws. Zo ben ik samen met Alain gaan aanbellen bij de familie van Aurore, de 29-jarige vrouw die in 2013 verdwenen was tijdens de Gentse Feesten en nadien vermoord werd teruggevonden. Dat moment blijft me bij. Ik heb nog altijd tranen in de ogen als ik er met Alain over spreek.’

‘Geen nieuws hebben is even moeilijk. Zeker in lang aanslepende verdwijningszaken waar er weinig hoop is op een goede afloop, hebben nabestaanden liever duidelijkheid. Alleen zo kunnen ze aan het rouwproces beginnen. Zo heb ik ooit een zaak van een vermiste vrouw gehad in de Ardennen. Haar familie had het financieel niet breed, maar zorgde tijdens de zoekacties steeds voor broodjes en drank. Als je dan op het einde van de dag moet zeggen dat je niets hebt gevonden en dat het zoeken tijdelijk wordt stopgezet …’

Zeg nooit nooit

‘Eigenlijk kom je met mij professioneel beter niet in contact, want dat betekent dat een familielid of een geliefde vermist is. Ik kan me niet inbeelden hoe dat voelt, al betekent dat zeker niet dat ik niet meeleef. Ik probeer mezelf wel wat af te schermen tegen dat verdriet. Anders hou je het als speurder niet lang vol, denk ik. Daarom gaan we bewust niet naar begrafenissen van slachtoffers. Contact met de familie is er om informatie te krijgen of een stand van zaken van het onderzoek te geven. Daarnaast is er een bepaalde afstand nodig. Ook omdat familieleden soms zelf achter de verdwijning kunnen zitten. Zo heb ik ooit bij een verdwijning van een oudere man in de regio rond Luik enkele uren met diens zoon staan praten. Later werd het lichaam teruggevonden en bleek dat de zoon zijn vader met een hamer het hoofd had ingeslagen. Je moet altijd met alle scenario’s rekening houden. Zeg nooit nooit. Dat is ook de boodschap in mijn lessen aan de politieschool.’

Dossiers met kinderen zijn voor Pascal de moeilijkste. ‘In zulke zaken krijg je gelukkig veel steun van het grote publiek. Wie een kleuter alleen ziet ronddwalen, belt meteen de politie. Dat is heel anders dan als het gaat om een oudere persoon met alzheimer. Want je ziet doorgaans niet dat die man of vrouw hulp nodig heeft. Zulke verdwijningsdossiers nemen de laatste jaren toe, al is er de laatste maanden een daling omdat woonzorgcentra meer afgesloten zijn door het coronavirus. Toch verwacht ik dat de coronacrisis tot meer verdwijningsdossiers zal leiden. Mensen raken hun job kwijt, hun zaak gaat failliet, de eenzaamheid neemt toe … De meeste verdwijningsdossiers met slechte afloop zijn zelfdodingen. In films zie je soms dat mensen verdwijnen om ergens anders een nieuw leven te beginnen. In de realiteit gebeurt dat zelden. Ik herinner me wel het dossier van een vermiste vrouw met vier kinderen die na drie jaar opdook in Italië. Voor ons was de zaak daarmee opgelost. Volwassenen hebben het recht om te verdwijnen.’

Cold cases

De laatste jaren spitst Pascal zich vooral toe op zogeheten cold cases. ‘Dat zijn niet enkel oude verdwijningdossiers, maar ook niet-geïdentificeerde lichamen of lichaamsdelen. Daarvan alleen hebben we 180 dossiers’, vertelt Pascal. ‘In het oplossen van oude dossiers kruipt veel tijd. Getuigen zijn er niet altijd meer, archiefstukken en zelfs lichamen soms ook niet. Bij een autopsie nu worden altijd DNA-stalen afgenomen, vroeger was dat niet het geval. Dat maakt dat we soms lichamen moeten opgraven. Sinds 2017 beschikken we wel over een DNA-databank met stalen van lichamen zonder identiteit. Dat helpt ons in ons onderzoek. Zo zijn we er in geslaagd om in 2018 de identiteit te bepalen van een vrouw die in 2001 in de buurt van Dinant onder een trein terechtkwam. Jammer genoeg komen we niet in elk dossier tot een doorbraak. Die dossiers sluiten we niet af, maar het worden slapende dossiers. Bij ieder nieuw gegeven, hoe klein ook, worden ze weer onderzocht. Zo zijn er bekende onopgeloste verdwijningen van onder meer Liam Van den Branden, Nathalie Geijsbregts, Ilse Stockmans … Ik besef dat we niet elke verdwijning kunnen oplossen, maar toch knaagt dat.’

 

Tekst: Jelle Schepers
Foto: © Tine De Wilde
Uit: buurten december 2020