submenu

Danny Demunter stopt na 20 jaar als postbode in Rode - 03/03/2021

Door weer en wind op de baan

Na twintig jaar heeft Danny Demunter (60) zijn laatste brieven en postpakketten bezorgd in Sint-Genesius-Rode. Doorheen de jaren zag hij de werkdruk verhogen, maar zijn job heeft hij altijd graag gedaan. ‘Ik had nog de tijd om een babbeltje te slaan met de mensen.’

De bewoners van de Grote Hut, een uithoek van Sint-Genesius-Rode vlak aan de grens met Waterloo, moeten het sinds midden januari zonder hun vaste postbode stellen. Na 20 jaar trouwe dienst besloot de 60-jarige Danny Demunter dat het tijd was om zijn postzak aan de haak te hangen. Bij zijn afscheid werd Danny overladen met geschenken en attenties. ‘De fotokader met daarin verschillende bedankingstekstjes heb ik in mijn woonkamer gehangen’, vertelt Danny. ‘Daarnaast heb ik ook flessen champagne, dozen pralines en biermanden gekregen. Ik denk wel dat ik kan stellen dat de mensen tevreden waren over mijn werk. Hoe dat komt? Dat zat in de kleine dingen. Als er iemand op mijn ronde niet in de mogelijkheid was om een pakje te ontvangen, ging ik soms een tweede keer langs. Een kleine moeite, maar dat werd geapprecieerd. Ik was ook altijd beleefd en vriendelijk.’

Van Hoeilaart naar Rode

Het stond niet in de sterren geschreven dat Danny, die al haast zijn hele leven in Hoeilaart woont, het tot postbode zou schoppen. ‘Ik heb eerst in de plaatselijke gieterij en in de bouw gewerkt, maar kreeg telkens af te rekenen met economische werkloosheid. Daar had ik genoeg van, want mijn vrouw en ik moesten een huis afbetalen. Toen ik op een affiche zag dat de post in Hoeilaart extra mensen kon gebruiken, heb ik niet lang getwijfeld. Ik begon bij de post in Hoeilaart en deed mijn ronde met mijn eigen fiets. Niet veel later ben ik naar Sint-Genesius-Rode overgeplaatst. De postmeester had één iemand met een rijbewijs te weinig. Ik dacht dat ik voor een maandje zou inspringen. Het is uiteindelijk 20 jaar geworden. Die eerste weken had ik het niet gemakkelijk. Ik kende de gemeente niet. Om dan ’s morgens in het donker een krantenronde te moeten doen … Maar dankzij een plannetje van de route van mijn ronde lukte het. Kort nadien kreeg ik een vast contract. In de beginjaren zorgde ik voor de levering van de kranten. Die krantenronde werkte ik af met mijn bestelwagen, waarna ik de bromfiets nam om brieven te bezorgen. Later was het enkel nog met de bestelwagen te doen. Dat vond ik jammer, want werken met de bromfiets ging vlotter.’

De job van postbode is doorheen de jaren geëvolueerd. ‘Vroeger kreeg ik elke ochtend drie tot vier bakken met brieven die enkel gesorteerd waren op straatnaam. Het was toen nog aan de postbode om die te ordenen volgens huisnummer. Nu is dat allemaal geautomatiseerd. In mijn carrière heb ik de hoeveelheid brieven geleidelijk aan zien afnemen. Daartegenover stond de opmars van de pakjes, waardoor we ons werk anders moesten aanpakken. Zeker het laatste jaar was niet te onderschatten. Doordat veel winkels maanden gesloten waren, kochten mensen massaal online en moesten wij een serieus tandje bijsteken. Daar kwam bij dat er tijdens de afgelopen eindejaarsperiode opvallend meer kaartjes werden gestuurd, vermoedelijk omdat mensen meer tijd hadden en elkaar een hart onder de riem wilden steken in deze moeilijke tijden.’

Traditie versus evolutie

Het werk als postbode is volgens Danny niet te onderschatten. ‘Het is aangenaam werken als het warm is en het zonnetje schijnt, maar het weer is niet altijd zo mooi hier in België. Het vroege opstaan is ook niet voor iedereen weggelegd. Ik was elke dag om 3.30 uur de deur uit. Ook op zaterdag werkte ik. Op café blijven hangen of een vrijdagavondfilm uitkijken zat er nooit in’, zegt Danny. ‘De werkdruk is ook toegenomen. Ik heb de invoering van de georoute en alle vernieuwingen meegemaakt. In mijn geval ging het, omdat ik enkel mijn eigen ronde had. Voor collega’s die er rondes moesten bijnemen, was het zwaarder. We hadden ook niet meer op hetzelfde uur gedaan met werken. Vroeger gebeurde het dat we na het werk samen op café een pintje gingen drinken, maar dat is doorheen de jaren verminderd. Toch zijn er ook tradities die overeind zijn gebleven. Het rondbrengen van het pensioen van oudere mensen bijvoorbeeld, al was dat vroeger meer gangbaar. En ook een kopje koffie drinken tijdens de ronde gebeurde nog geregeld. Op mijn ronde waren er verschillende mensen – oud en jong – die me uitnodigden om binnen een babbeltje te slaan. Tijdens de eindejaarsperiode kreeg ik nog geregeld mijne nieuwjaar toegestopt, altijd bij dezelfde personen. Ik vind dat een mooi gebaar.’

Zijn pensioen betekent niet dat Danny Sint-Genesius-Rode de rug toekeert. ‘Langs de Waterloosesteenweg bevindt zich een naaiwinkel waar ik regelmatig een bestelling voor mijn vrouw ga ophalen. En dan maak ik van de gelegenheid gebruik om in de buurt wat mensen op mijn ronde goeiedag te zeggen. Als het terug mag, wil ik ook graag met collega’s afspreken. Ik vind Sint-Genesius-Rode een fijne gemeente. Wat me is opgevallen, is dat er in de wijken waar ik mijn ronde deed, meer en meer Nederlandstaligen zijn komen wonen. Natuurlijk zijn er ook veel Franstaligen, maar velen doen hun best om Nederlands te praten. Of Rode veel veranderd is op 20 jaar? Ik heb oude fabrieksterreinen, zoals die van de papierfabriek Novarode en de Volvo-fabriek, zien evolueren tot aantrekkelijke sites. En van de Blarethoeve, die in mijn wijk lag, werd een mooi woonzorgcentrum gemaakt.’

Grote plannen heeft Danny voorlopig niet. ‘Ik ga genieten van de rust. Leven in huis is er genoeg, want mijn vrouw is onthaalmoeder. Verre reizen maken is niets voor ons, maar we zullen wel vaker naar de kust of de Ardennen trekken. Daarnaast staan we regelmatig op rommelmarkten. Ook daarvoor zal nu meer tijd zijn.’

 

Tekst: Jelle Schepers
Foto: © Tine De Wilde
Uit: buurten maart 2021