submenu

Ten Broek - 17/03/2021

Wijk in twee stukken

Wie vandaag door Sint-Genesius-Rode wandelt, ziet verkavelingen naadloos in woonkernen overgaan. Nochtans bestond de gemeente ooit uit verschillende aparte gehuchten. In deze nieuwe reeks verkennen we Rode buurt per buurt. In de eerste aflevering houden we halt in Ten Broek.

Samen met het natuurlandschap Zevenborren vormt de wijk Ten Broek een gekke uitstulping op de kaart van Rode. De drukke Eigenbrakelse Steenweg vormt de duidelijke scheiding met de rest van de gemeente, zodat Ten Broek, ingesloten tussen Alsemberg en Eigenbrakel, een afgezonderd stukje Rode vormt. De wijk bestaat voor een groot deel uit vrijstaande woningen die er de laatste halve eeuw werden gebouwd. In deze verkaveling, waar de glooiende straten de naam van edelstenen dragen, loop je ongemerkt de grens met Eigenbrakel over. Meerdere huizen worden op de kaart onverbiddelijk doorkliefd door de gewestgrens.

Ten Broek is echter meer dan een ingedommelde verkaveling voor pendelaars. Je vindt er bijvoorbeeld ook maatwerkbedrijf Rodea en het dagcentrum voor volwassenen met een beperking De Poel. Bij de rustige woonwijk steekt de drukke Hallesteenweg schril af. Deze economische ader, met typische lintbebouwing en een bonte verzameling aan handelszaken, snijdt sinds midden 19e eeuw Ten Broek in twee stukken. Vooral de meubelindustrie was en is hier sterk aanwezig. Voor de Tweede Wereldoorlog ging het vooral om kleinere familiebedrijven, waarvan sommige na de oorlog sterk groeiden. De naam Vastiau-Godeau is ver buiten de regio een bekende naam – als pionier van de meeneemmeubelen in ons land – maar ook de namen Struelens en Dedecker doen bij velen een belletje rinkelen.

Behalve de meubelwinkels kende de Hallesteenweg nog een andere befaamde winkel die klanten van ver buiten de gemeentegrenzen lokte: de fietsenwinkel van Paul Godeau. Dat mekka voor de wielertoerist ging afgelopen zomer dicht, na meer dan drie decennia. Godeau werkte in het fietsenbedrijf van Eddy Merckx en was mecanicien van de nationale ploeg op wereldkampioenschappen en van de Lottoploeg in de Ronde van Frankrijk. Nog een leuk weetje voor de cinefielen: de Urbanusfilm Hector uit 1987 werd deels in deze winkel opgenomen.

Alsemberg 2000

Nog langs de Hallesteenweg werd vroeger een stukje Belgische autogeschiedenis geschreven. Midden jaren 60 bouwde de Zweedse autoconstructeur Volvo de oude weverij, vlak bij de kern van Alsemberg, om tot een fabriek waar auto’s en vrachtwagens werden geassembleerd. De productie van personenwagens verhuisde vrij snel naar Gent, maar tot begin jaren 90 rolden op de grens tussen Rode en Alsemberg vrachtwagens van de band.

Na de sluiting van de Volvofabriek was er sprake van dat de site een groot shoppingcentrum zou worden, met honderd winkels, een hotel en kantoorruimte. Dat Alsemberg 2000-project botste echter op flink wat weerstand. De site bleef lange tijd ongebruikt wachten op een herbestemming. In 2006 werden de fabrieksgebouwen afgebroken, om in de jaren erna plaats te maken voor een bescheidener project met onder meer appartementen, een Zeb-, een Colruyt-, een Action- en een Aldifiliaal.

Moerasgebied

Ten noorden van de Hallesteenweg stond eeuwenlang de Tenbroekmolen, een papiermolen uit de 15e eeuw. Hij stond langs de Molenbeek en was tot halverwege de vorige eeuw actief. Na enkele decennia van verval werden de laatste resten van het bouwwerk in 2005 gesloopt. Toch is een ommetje langs de Oude Nijvelsebaan de moeite. Je hebt hier een prachtig uitzicht op de Molenbeek en de drassige weilanden van de vallei.

Die natte grond brengt ons bij de naam van de wijk. In de naamkunde is ‘broek’ niet zo uitzonderlijk. Heel wat gemeente of plaatsnamen dragen het woord ‘broek’ in hun naam, van Assebroek tot Willebroek. Met ‘broek’ wordt verwezen naar moerasgebied, of de vruchtbare gronden rond een moeras. Ondertussen zijn de meeste moerassen in ons land drooggelegd, maar de benamingen zijn wel gebleven, zoals ook in deze wijk.

Naar de pomp

Ten Broek kende door de aanleg van de verkaveling in de jaren 70 de laatste halve eeuw een sterke groei, maar de oudste huizen van de wijk vind je in de Tenbroekstraat, tussen de Hallesteenweg en de Kerkeveldweg. Een spoor dat dit vroeger het centrum van het gehucht was, zie je vandaag op de hoek met de Tenbroekstraat en de Kerkeveldweg. Daar staat – heel onopvallend – een waterpomp van rond 1900. Het is een van de weinige overgebleven herinneringen aan het dorpsleven van toen, maar de pomp toont dat deze plek ooit het verzamelpunt van de wijk was. Ook onder meer op de Dries en in Klein Luik stonden vroeger soortgelijke gietijzeren pompen. Naarmate steeds meer mensen ofwel een eigen pomp ofwel – later – leidingwater hadden, werden pompen als deze overbodig. Meestal werden de pompen afgebroken, maar dit exemplaar heeft oorlogen en bouwwoede overleefd.

Het hart van de wijk was misschien ooit de waterpomp, maar het epicentrum verschoof in de jaren 50 naar de kerk aan de Zavelbergweg. Al in 1908 vroegen de bewoners van Ten Broek een eigen parochiekerk. Dertig jaar later werd een stuk grond aangekocht. De bouw van de zaalkerk begon in 1951. De patroonheilige van de parochie werd Sint-Elisabeth van Hongarije, patrones van onder meer de verpleegsters, bakkers, bedelaars en wezen. Zoals op wel meer plaatsen liep ook hier het kerkbezoek fors terug. In 2017 vond de laatste misviering plaats, vorig jaar werd het pand verkocht aan een koppel. Zij zullen het kerkgebouw tot een woning verbouwen. Hoewel de kerk niet beschermd is, en dus afgebroken mag worden, willen de nieuwe eigenaars zo veel mogelijk oorspronkelijke elementen zoals de glasramen, biechtstoelen en het altaar, bewaren. Ook de buitenkant blijft grotendeels ongewijzigd, zodat de ranke spits – met klok – nog wel een tijdje het herkenningspunt van Ten Broek zal blijven.

 

Tekst: Wim Troch
Foto: © Tine De Wilde
Uit: buurten maart 2021