submenu

Hajo Beeckman ontwart de verkeersknoop - 29/03/2021

Discussies voeren met feiten en cijfers

Verkeer is voor Hajo Beeckman meer dan een beroepsbezigheid. Dat merk je aan het enthousiasme en de expertise waarmee hij al jaren de kijkers en luisteraars van de VRT informeert over wat er zich op de weg afspeelt.

De lezing die Beeckman in de Boesdaalhoeve zou geven, kan door corona niet plaatsvinden. Maar dit boeiend gesprek gelukkig wel.

De interesse voor verkeersstromen kwam er al vroeg bij Beeckman. ‘Ik tekende als kind graag fictieve steden. In het begin vooral plattegronden en stadsgezichten, maar na een tijd begon ik me ook bezig te houden met hoe zo’n stad functioneert en hoe mensen er zich verplaatsen. Verkeer is een interessant systeem, omdat het zowel chaotisch als gestructureerd verloopt.’

We praten met Beeckman op het einde van een gezapige ochtendspits, waarvoor hij tussen 6 en 10 op post was voor StuBru, Radio 2 en MNM. Om de deelnemers aan het verkeer te kunnen informeren, maakt de mobiliteitsredactie gebruik van een hele batterij informatiebronnen. Van de overheid, de politie en de verkeerscentra van Brussel, Vlaanderen en Wallonië, over commerciële bedrijven die via de smartphone data van honderdduizenden autogebruikers capteren, tot een steeds groter netwerk van correspondenten die informatie doorspelen. Daarbij gaat de aandacht niet alleen naar informatie over de snelwegen, maar ook naar kleinere lokale wegen, grote storingen op het openbaar vervoer en – binnenkort meer dan ooit – fietsers.

De roep om fietsinformatie wordt steeds groter, omdat de verkeersinformatie automatisch veel gewicht geeft aan het autovervoer.

Beeckman: ‘Die kritiek krijgen we steeds vaker en is terecht. Het verkeersbulletin is geboren in 1979 en draaide rond autofiles. Van treinvertragingen en fietsverkeer trokken we ons niet veel aan. Sinds 2016 is de fiets in opkomst. Door de groter wordende files, de komst van de elektrische fiets, fiscale stimuli en fietsvergoedingen, en door betere fietsvoorzieningen, hoewel er op dat vlak nog werk is. Daarom moet de fiets een volwaardige plek krijgen in ons bulletin. Want tijdverlies is ook voor fietsers belangrijk. Het vermelden van een glad wegdek, obstakels, werken of zelfs fietsfiles voor drukke verkeerslichten is van belang. Daarvoor hebben we al een akkoord met de Fietsersbond, en er bestaan bij ‘fietscommunity’ ook apps om informatie te melden, te verzamelen en te delen.’

Duwt corona ons nog meer op de fiets?

Beeckman: ‘Ik zou daar genuanceerd in zijn. De fietsrevolutie was daarvoor al begonnen. Recente tellingen van de provincie Antwerpen tonen bijvoorbeeld dat tijdens corona het aantal fietsers op de recreatieve assen zoals jaagpaden langs kanalen fors is gestegen, maar dat het op de grote pendelassen serieus is gedaald. Er zijn dus nog te weinig data om te concluderen dat er echt sprake is van een modal shift door corona.’

Door de uitzonderingstoestand maakt corona metingen moeilijk. Kan thuiswerk een blijver worden met impact?

Beeckman: ‘Thuiswerk zal een blijver zijn, maar het aandeel zal ook weer dalen, want het gebrek aan sociaal contact op de werkvloer heeft ook nadelen. De federale overheidsdienst Mobiliteit zegt dat het toegenomen telewerk tot slechts 1,6 % minder verkeer leidt. Dat komt omdat het woon-werkverkeer maar een klein deel van de totale verkeersstroom uitmaakt, minder dan een derde zelfs. Vrijetijdsen winkelverkeer zijn even belangrijk. Om files te bestrijden, moet je je niet alleen op de pendelaars richten.’

Wat wel bevestigd wordt: een kleine vermindering van het autoverkeer kan al groot fileleed vermijden.

Beeckman: ‘Absoluut. Onafhankelijk van het motief van de verplaatsing, leidt 20 % minder autoverbruik tot het verdwijnen van de vaste files. Dat is ook het niveau waarop we tijdens de tweede lockdown zaten. Er was 18 à 20 % minder verkeer dan in een gelijkaardige periode vorig jaar. Daardoor zagen we effectief nauwelijks structurele files.’

Technologie meet en stuurt het verkeer meer en meer. Dat levert winst op, maar zorgt er misschien voor dat we nieuwe grenzen blijven opzoeken.

Beeckman: ‘Klopt. Je hebt nu bijvoorbeeld seamless travel apps die het mogelijk maken naadloos op verschillende vervoersmiddelen over te stappen – bijvoorbeeld doordat je in je auto al je parkeer- en treinticket kan kopen voor je op de parking bent. Slimme technologie zal ook de doorstroming voor alle weggebruikers aan verkeerslichten verbeteren. De zelfrijdende auto kan leiden tot het delen van voertuigen en veiliger verkeer. Maar als je zelf niet moet rijden, zal je files ook niet langer als tijdverlies ervaren omdat je ondertussen iets anders kan doen, wat dan weer tot meer verplaatsingen zou kunnen leiden.’

De snelheidsbeperking op de Brusselse ring, toenemend sluipverkeer, lage-emissiezones, rekeningrijden … Onze mobiliteit zal voor emotionele debatten blijven zorgen.

Beeckman: ‘Zeker dat rekeningrijden is volgens experten het sluitstuk om het aantal autoverplaatsingen af te remmen en de klimaatdoelstellingen te halen. Want nog meer dan corona zal de klimaatambitie van de Europese Unie ons dwingen om via nationale klimaatplannen ons gedrag aan te passen. Het toenemende sluipverkeer, maar ook het toenemende fietsgebruik zijn uiteindelijk eerder strategieën van gebruikers om aan de files te ontsnappen dan het resultaat van een langetermijnvisie van de overheid. Uiteindelijk zullen we naar minder individuele verplaatsingen moeten. Dat leidt tot heel politieke, ideologisch geladen en dus emotionele discussies. Daarom probeer ik in mijn lezingen zo veel mogelijk feiten en cijfers te geven. Hoe ziet ons mobiliteitsmodel er vandaag uit? Wat is er de laatste jaren veranderd? Voor welke uitdagingen staan we, en welke oplossingen zijn voorhanden? Ik nodig de mensen die volgend seizoen komen luisteren uit om daarover vragen te stellen.’

 

Tekst: Michaël Bellon
Foto: © Tine De Wilde
Uit: buurten maart 2021