submenu

Achter de schermen van Containerklap Rode - 25/05/2021

Wat je niet hoorde in de podcast

Buurten maakte in samenwerking met gemeenschapscentrum de Boesdaalhoeve de podcast ‘Containerklap Rode’. We spraken met zeven Rodenaren die vertelden over Sint-Genesius-Rode, over corona, over zichzelf.

Een deel van hun verhaal kan je in audio beluisteren, maar wat je niet hoorde in de podcast ontdek je hier.

Jacques Ballieu

Wat is je vroegste herinnering aan Rode?

Jacques: ‘Rode en ik, dat is een zeer lange geschiedenis. Ik had een grootoom, Jules Jacquet. Hij was hoofdcommissaris van de politie in Rode en woonde dicht bij het station, in de Boomkwekerijlaan. Omdat ik veel hou van alles wat op sporen rijdt, was ik zeer geïnteresseerd in de boerentram die hier reed. Ik keek ook altijd naar de treinen. Een liefde die is gebleven.’

Wat heeft corona jou geleerd?

Jacques: ‘Dat de tijd vlug gaat als je een passie hebt. Tijdens de coronacrisis heb ik mijn achtduizendste artikel voor Wikipedia geschreven, de meest gelezen encyclopedie op het internet. Ik schrijf over kunst, over cinema, over interessante plekken die ik op reis tegenkom. Wikipedia heeft mijn kennis en wereld verruimd.

 

Seppe Renders

Wat is je eerste herinnering aan Rode?

Seppe: ‘Mijn mama werkt als sociaal assistente in het rusthuis en vroeger deden ze sinterklaasfeesten in de foyer. Dat herinner ik mij. Of de vroegere jeugdhappening. Daar gingen wij elk jaar naartoe toen ik jong was. Ik weet nog dat je er kon bakklimmen en zie zo’n hoge toren voor mij met allemaal bakken op elkaar. Als jongen van zeven, acht jaar vond ik dat heel indrukwekkend.’

Wat zou je graag anders zien in Rode?

Seppe: ‘Op jeugdvlak vind ik dat de gemeente eigenlijk goed bezig is. De speeltuin aan de kerk, de plannen voor een skatepark of de ideeën om activiteiten te organiseren die de verengingsgrenzen overstijgen, vind ik heel positief. Ik wil graag mee bruggen bouwen, want je moet als vereniging elkaar helpen. Wij vullen als jeugdhuis een andere functie in dan bijvoorbeeld de scouts. Ik denk ook niet dat je bij één vereniging moet blijven om iets te doen. Je kan in meerdere zitten en ervaringen delen. Dat er een goede samenwerking is tussen alle verenigingen, zou mij een prachtig beeld lijken.’

 

Herman Van Rompuy en Geertrui Windels

Wat is je eerste herinnering aan Rode?

Herman: ‘Ik herinner mij de tribulaties rond het Egmontpact in het midden van de jaren zeventig, toen deze gemeente bijna tweetalig dreigde te worden. En dan was mevrouw Algoet diegene die de Vlaamse zaak in de Rand belichaamde. Dat was de eerste keer dat ik eigenlijk rechtstreeks met Sint-Genesius-Rode ben geconfronteerd.’

Wat zou je in Rode graag anders zien?

Geertrui: ‘Eigenlijk hebben we in Rode heel veel. Het is hier groen, we hebben een goeie verbinding met Brussel, de luchthaven is vlakbij. Er is geen vervuiling door een autostrade of zware industrie. We hebben goede scholen. Alle accommodatie is hier. Maar het gemeenschapsleven is complex. Meerdere talen zijn absoluut een verrijking, maar het is ook niet eenvoudig. Het verenigingsleven is op dit moment of Nederlandstalig of Franstalig. Daarom vind ik dat er nog meer energie mag gestoken worden in initiatieven die het samenleven bevorderen. Meertaligheid is zo’n troef. Laat ons die rijkdom nog meer omarmen door nog meer in te zetten op samenwerking en het actief promoten van alle activiteiten.’

 

Serge Debremaeker

Wat mis je in Rode?

Serge: ‘Voor mij mag het centrum van Rode een beetje aangepakt worden. Het kerkplein is wel aangelegd en beter, maar er is geen groen. Ze zijn vergeten bomen te planten en een beetje leven in het centrum te blazen. Want de laatste jaren verdwijnt er veel in Rode en dat is spijtig. Al die kleine winkeltjes. Vroeger waren er drie, vier bakkers en nu is er zelfs geen warme bakker meer. Ik heb soms wel heimwee naar vroeger, toen we bij wijze van spreken elke dag naar de kruidenier konden gaan. Die periode lijkt definitief voorbij. Nu doen we onze aankopen voor de hele week.’

 

Benedicte Versailles

Wat mis je in Rode?

Benedicte: ‘Ik heb als diplomaat in Washington gewerkt en soms mis ik dat grootstadgevoel wel, waarbij er op elke hoek van de straat wel iets te beleven valt. Hier moet je daar actiever naar op zoek gaan. In een grootstad zoals Washington komt er van alles op je af, zelfs als je het niet zoekt. De stad komt soms een beetje te veel naar je toe en in een dorp moet je zelf die inspanning leveren om naar de dingen te gaan. Maar intussen heb ik ook ontdekt dat er in Rode wel veel georganiseerd wordt, en er is ook veel natuur die ik niet kende. Ik zie vandaag andere dingen dan toen ik als kind in Rode op bezoek kwam. Door hier in mijn volwassen leven te komen wonen, ben ik Rode met een nieuwe bril gaan bekijken.’

 

Liesbet Herteleer

Wat is je vroegste herinnering aan Rode?

Liesbet: ‘Toen we hier acht jaar geleden kwamen wonen, kenden we Rode niet zo goed. Dus zijn we vaak gaan wandelen en hebben we de omgeving beetje bij beetje ontdekt. Ik denk dat we intussen elke straat gezien hebben. (lacht) De groene plekjes en rustige buurten zijn we al stappend en fietsend meer gaan appreciëren. En ook de paaseierenraap die in het Boesdaalpark georganiseerd werd, blijft me bij. Het was fijn om daar met de kinderen aan deel te nemen en zo andere ouders tegen te komen en stilaan een band op te bouwen.’ Wat mis jij in Rode? Liesbet: ‘Rode heeft zo veel faciliteiten. We hebben een sporthal, een zwembad, de Boesdaalhoeve, het Novarodepark … Ik denk dat we niet kunnen klagen. Maar los van de infrastructuur die er voldoende is, denk ik dat er wel meer geïnvesteerd mag worden in initiatieven die mensen dichter bij elkaar kunnen brengen.’

 

Benieuwd naar wat Jacques, Liesbet, Serge, Seppe, Benedicte, Herman en Geertrui nog te vertellen hebben? Beluister de podcast Containerklap Rode via www.deboesdaalhoeve.be. Je kan online ook de containerklap uit Wemmel en Kraainem aanhoren. Veel luisterplezier!

 

Tekst: Veerle Weeck?
Uit: buurten mei 2021