Gemeenschapskrant

De wonderlijke historie van de Blarethoeve

26/02/25

Sinds tien jaar is de Blarethoeve langs de Waterloosesteenweg een luxueus woonzorgcentrum, omgeven door een vijver met park, waar residenten in alle rust hun oude dag kunnen doorbrengen. Al scheelde het niet veel of er was van het beschermde monument niets meer overgebleven.

©TDW

‘In Sint-Genesius-Rode vindt u een unieke accommodatie die het beste van twee werelden combineert: het comfort van een modern zorgcentrum en de charme van een historisch monument.’ Dat is in het kort de omschrijving die je op de website van residentie Blaret kan lezen.

Wie zich nu begeeft naar het woonzorgcentrum, op de hoek van de Waterloosesteenweg en de Zoomlaan en op een steenworp van de gemeentegrens met Waterloo, krijgt een prachtig gebouw te zien. In 1981 terecht geklasseerd als monument, zou je spontaan denken. De grote vijver met park achter het gebouw kreeg, samen met de hoeve, begin jaren 1980 zelfs het statuut van beschermd dorpsgezicht.

Jarenlange verwaarlozing

Het is best opvallend dat sinds die bescherming de staat van het gebouw er decennialang alleen maar op achter-

uit gegaan is. ‘De Blarethoeve werd in 1981 als monument beschermd. Jaren van verwaarlozing leidden tot een bijna volledige aftakeling van de gebouwen’, zo stelde ook het agentschap Onroerend Erfgoed vast.

De combinatie van leegstand en de aanwezigheid van krakers zorgde voor verloedering, en die werd niet meteen gestopt. Een welgestelde inwoner van Hoeilaart wilde daar komaf mee maken en kocht het karaktervolle gebouw midden jaren 80 van de vorige eeuw op. Diverse keren probeerde hij een vergunning te verkrijgen om er een nieuwe bestemming aan te geven. Zo had de eigenaar het idee opgevat om in het hoevecomplex appartementen onder te brengen, maar dat zag het agentschap Onroerend Erfgoed niet meteen zitten.

Een woonzorgcentrum dan maar, dacht de eigenaar. Met in het achterhoofd het

tekort aan rusthuisbedden in de streek. Ook dat project verliep niet van een leien dakje. De gemeente was het project wel genegen, maar Onroerend Erfgoed was van oordeel dat het gebouw, bij uitvoering van de plannen in de eerste vergunningsaanvraag, te ingrijpend zou veranderen. De eigenaar trok aan de alarmbel en wees erop dat het gebouw reddeloos verloren zou raken als er niet snel werken zouden gebeuren.

Eindelijk witte rook

En dan, in 2012: eindelijk witte rook. De eigenaar had allerlei experten onder de arm genomen. Oude foto’s van de hoeve maakten het mogelijk om het bouwvallige gebouw helemaal te reconstrueren zoals het vroeger was. Nog datzelfde jaar gingen de eerste werkzaamheden van start. Het hoofdgebouw aan de kant van de steenweg bleef overeind. Elders op de site moesten wel verschillende constructies tegen de vlakte wegens te

zwaar aangetast. Uiteindelijk raakte de eerste fase van het project – een nieuwbouw met 47 kamers – begin 2015 klaar. Intussen werd er naarstig verder gewerkt aan de restauratie van het historische gedeelte van de Blarethoeve, dat opnieuw zijn oorspronkelijke witte kleur kreeg. Ruim twee jaar na de opening wisselde de Blarethoeve van eigenaar.

Vastgoedvennootschap Aedifica kocht in 2017 de site voor 21 miljoen euro, en Vulpia wierp zich op als uitbater.

Wie in residentie Blaret zijn oude dag wil doorbrengen, moet daarvoor minstens 99 euro per dag neertellen. Dat is de vanaf-prijs die op de website vermeld staat. Binnen is er aan luxe alvast geen gebrek. Zo is er onder meer een klein kapsalon, een café, een fitnessruimte en een cinemazaal. En Vulpia verwijst ook graag naar de omgeving én het unieke karakter van het gebouw.

Excentrieke militair

Voor de geschiedenis van de Blarethoeve moet je bijna twee eeuwen teruggaan. De man die in 1835 het gebouw neerpootte, luisterde naar de naam Pierre-Joseph Lecharlier. Lecharlier had een groot stuk grond in het Zoniënwoud kunnen aankopen. Eén deel zou bos blijven, terwijl Lecharlier op twee andere stukken de opdracht geeft voor de bouw van een kasteel en een fabriek. ‘Het kasteel zou volgens gegevens uit de literatuur omgevormd worden tot hoeve om in de jaren 1960 te verdwijnen’, weet Veerle De Houwer van het Agentschap Onroerend Erfgoed.

Een alledaags persoon moet Lecharlier allerminst geweest zijn. Zo was hij betrokken in de Belgische onafhankelijkheidsstrijd. ‘Volgens gegevens uit de literatuur was majoor Lecharlier, later generaal, een bijzonder kleurrijke figuur’, aldus nog De Houwer. ‘Hij had zijn fortuin vergaard in 1834, als bevelhebber van een leger van Belgische huurlingen in dienst van koningin Maria II van Portugal. Met het geld dat hij had verworven, wou Lecharlier naar verluidt in Sint-Genesius-Rode een dorp oprichten en zo zijn naam onsterfelijk maken.’

Aan wilde plannen en ideeën alvast geen gebrek bij Lecharlier. ‘Volgens gegevens uit de literatuur werd de fabriek al in 1836 van de nodige en zeer diverse uitrusting voorzien, met onder meer een krachtige stoommachine, een zaagmachine die ook marmer kon zagen en een kuiperij

met alle toebehoren. Lecharlier zou ook plannen gehad hebben om in de gebouwen een stokerij, een brouwerij, een bloem- en oliemolen en een glasfabriek onder te brengen. Volgens het kadaster liet Lecharlier in 1839 de fabriek omvormen of uitbreiden. De generaal zou in 1841 in de fabrieksgebouwen ook een slachterij en vetsmelterij hebben ondergebracht, wat bevestigd zou worden door een rechtszaak die in 1842 tegen hem werd aangespannen over de betaling van paardenhuiden en -hoofden.’

Verschillende eigenaars

Voor Lecharlier was het na een tiental jaar welletjes geweest. De excentrieke militair verkocht in 1846, een jaar voor zijn overlijden tijdens een schipbreuk, al zijn eigendommen in Sint-Genesius-Rode aan de burgemeester van Waterloo. In de daaropvolgende decennia veranderde het gebouw verschillende keren van eigenaar. Met daarbij ook een industrieel uit Sint-Pieters-Leeuw. ‘Die laat de gebouwen in 1870 uitbreiden, zodat aan de noordkant een volledige vleugel ontstaat en de oostelijke vleugel op twee plaatsen verbreed wordt. De noordwesthoek van de gebouwen wordt afgesplitst en er wordt een stoomstokerij in ondergebracht, die in 1874 en 1892 vergroot wordt. In 1910 wijzigt de bestemming van de stoomstokerij. Het geheel wordt kadastraal als huis beschreven. Vanaf 1922 tot in de jaren 80 zijn de gebouwen in handen van de familie Lambeau uit Brussel.’

Prinses Liliane

Heel veel verschillende eigenaars doorheen de jaren, dat mag duidelijk zijn. Maar geen enkele met de achternaam ‘Blaret’. Vanwaar dan de naam Blarethoeve? ‘Volgens gegevens uit de literatuur zou de stoomstokerij op een gegeven moment zijn uitgebaat door ene Louis Blaret’, aldus De Houwer. ‘En dat bezorgde de gebouwen de naam Blarethoeve.’

Rondom de Blarethoeve veranderde er de vorige eeuw ook heel wat. ‘Vanaf 1920 werden de landbouwgronden omgevormd tot een golfterrein met een uitzonderlijke reputatie tot buiten de landsgrenzen’, zo staat te lezen op het geschiedkundige platform Rode Vroeger. ‘De high society van Europa kwam er spelen en lobbyen. Koning Leopold III en prinses Liliane Baels waren regelmatige gasten. Tijdens de jaren 50 en 60 werd het golfterrein

verkaveld. De vijver naast de hoeve was de visvijver van ‘De Lustige Vissers’, opgericht in augustus 1969. Regelmatig werden daar viswedstrijden georganiseerd.’

Jelle Schepers
Uit: buurten maart 2025

Meer nieuws

  • RandKrant. Clara Spilliaert met expo in Gaasbeek: de aardworm als kasteelbewoner

    Start de zomer met de nieuwe RandKrant

    30/06/26

    Mooie vakantieplannen in het verschiet en nog op zoek naar een leestip (of een handige waaier voor wat verkoeling)? De nieuwste editie van RandKrant ligt voor je klaar aan ons onthaal!

  • Studie over toekomstvisie site Vastiau-Godeau is klaar

    25/06/26

    De studie naar de toekomstige ontwikkelingen op en rond de site Vastiau-Godeau op de grens van Sint-Genesius-Rode en Alsemberg is klaar. Beide gemeentebesturen hadden die studie besteld om een kader te bepalen van wat kan en wat niet kan.

  • Sara Berte leidt dienst Burgerzaken

    25/06/26

    Een bezoek aan de dienst Burgerlijke Stand en de dienst Vreemdelingenzaken op het gemeentehuis moet vanaf dit najaar op afspraak. Het nieuwe diensthoofd Sara Berte (38) zet mee haar schouders onder deze vernieuwing. ‘Zowel voor de burger als voor het personeel levert dat tijdswinst op.’