Mensen uit Rode: oud-strijder en ereburger Victor Swalens
19/12/25
De laatste oud-strijder en de oudste inwoner in Sint-Genesius-Rode was hij al. En nu mag de 105-jarige Victor Swalens zich ook ereburger van de gemeente noemen. Mét een huldiging op de plek waar hij 80 jaar geleden met zijn Mariette in het huwelijksbootje stapte.
Met een groot herdenkingsmoment en een inhuldiging van een vredesmuur stonden het gemeentebestuur en de zowat 1.200 leerlingen van alle basisscholen in Sint-Genesius-Rode stil bij het einde van de Tweede Wereldoorlog. Een van de aanwezigen heeft die oorlog zelf meegemaakt. Victor Swalens, met zijn 105 levensjaren de oudste inwoner van Sint-Genesius-Rode, is immers de laatste oud-strijder in de gemeente.
Jaren ondergedoken
Ondanks zijn gezegende leeftijd is Victor nog kwiek van geest en vlot van spraak. Zo kan hij nog veel vertellen over de Tweede Wereldoorlog. Over hoe hij in 1939 verplicht het leger in moest en op 10 mei 1940 in de kazerne van Schaffen bij Diest de start van de invasie vanop de eerste rij meemaakte. ‘We hebben toen heel veel geluk gehad. Alles stond in brand. Ik was erbij bij de oorlog, vanaf de eerste minuut. Wat er die dag en ook later allemaal is gebeurd, dat valt haast niet te beschrijven. Iedereen weet dat oorlog erg is en we krijgen er veel van te zien via televisie, zeker de laatste jaren met al die oorlogen overal. Maar pas als je het zelf hebt meegemaakt, weet je echt wat het is. Al die mensen die op de vlucht moeten slaan, dat grijpt me aan. Dat wens je niemand toe. Zelf heb ik jaren ondergedoken geleefd. Ik ben immers weggelopen om niet voor de Duitsers te moeten werken of vechten. Werken deed ik in een boomkapbedrijf van mijn oom in de bossen van Argenteuil. Slapen deed ik op verschillende adressen. Overal behalve thuis, want de Gestapo stond er af en toe aan de deur. Door in het verzet te gaan, heb ik het de bezetter nog moeilijk proberen te maken. Niet door de wapens op te nemen, wel door bijvoorbeeld affiches af te trekken of banden lek te steken.’
En Victor mocht zelfs mee het podium op. Want de gemeenteraad had eerder dit najaar unaniem beslist om hem tot ereburger te benoemen. Victor is nog maar de derde Rodenaar die deze eer te beurt valt, enkel Herman Van Rompuy en Kim Gevaert gingen hem voor. ‘De gemeente heeft zeker haar best gedaan. En dat voor een oud manneke zoals ik. Het heeft me veel deugd gedaan’, vertelt Victor. ‘Ook leuk met al die kinderen erbij. Vanuit verschillende hoeken hoorde ik al dat mijn aanwezigheid bij sommigen indruk heeft nagelaten. Enkele dagen na de herdenking stond er een buurjongen aan mijn deur. Met in zijn hand een tiental programmaboekjes van die dag, met de vraag of ik die voor hem en zijn schoolkameraadjes kon handtekenen.’
De oorlog roept nare herinneringen op bij Victor. Maar na het einde ervan was het feest. Want toen kon Victor eindelijk met zijn Mariette trouwen. ‘Al van voor de oorlog had ik een relatie met haar, maar tijdens de bezetting heb ik haar veel moeten missen. Dat hebben we gelukkig goed kunnen maken. Te beginnen met een groot trouwfeest op 14 maart 1945. Samen met de geboorte van mijn dochter en van mijn kleinzoon de gelukkigste dag van mijn leven. Het was een feest om nooit meer te vergeten, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. In de kerk in het centrum hebben we elkaar het jawoord gegeven. Buiten stond iedereen te dansen. Niet alleen onze familie, maar ook de Amerikanen en de Canadezen. En net op deze plek ben ik benoemd tot ereburger. Om stil van te worden. Jammer dat Mariette er niet bij kon zijn. Vijftien jaar geleden heb ik haar moeten afgeven. Ze was de beste vrouw die een man zich kon wensen. Niet alleen omdat ze zo goed voor mij gezorgd heeft, maar ook omdat ze mij er op de moeilijke momenten heeft doorgetrokken. Ze heeft met mij nogal afgezien, hoor. Maar we hebben zo veel mooie momenten beleefd. We waren een hecht team. Zo knapten we in de gemeente huizen op om ze nadien weer te verkopen. Een stuk of tien. Ik heb altijd in de bouw gewerkt. Mariette hield zich vooral bezig met de administratie, maar ze stak zeker de handen uit de mouwen.’
Hard werken, veel feesten
Doorheen de jaren heeft Victor de gemeente én de wereld zien veranderen. ‘Weet je, vroeger hadden we niets. Toen ik in de Nieuwstraat woonde, was er geen stromend water. We moesten dat beneden in de put gaan oppompen. Daar gingen we te voet naartoe, natuur- lijk. We deden alles te voet. De opkomst van de auto was pas later. Net als de telefoon, de cinema, de televisie … We werkten hard, maar we gingen ook veel feesten. En je had contact met iedereen in de buurt en de gemeente. En iedereen hielp elkaar. Dat is nu toch fel veranderd. Mensen zeggen nog met moeite goeiedag en lopen elkaar omver.’
Met Victors gezondheid gaat het nog altijd goed. ‘Hout vasthouden, maar ik durf te zeggen dat ik nog in goede gezondheid ben. Soms ben ik eens ziek, maar wie is dat niet? Ik maak af en toe een wandeling en probeer op de hoogte te blijven door het nieuws op televisie te volgen. Naar Blokken kijk ik sinds jaar en dag met veel plezier. En dat geldt ook voor tennis, voetbal en koers op televisie. Weet je, al mijn kameraden zijn al weg. En ook verscheidene familieleden zijn er niet meer. Van de aanwezigen op de viering van mijn 100e verjaardag zijn er al meerdere overleden. Ik ben dankbaar dat ik mijn dochter en kleinzoon nog heb.’
Tekst: Jelle Schepers
Foto: © Tine De Wilde
Uit: buurten december 2025 / januari 2026