Werken voor het OCMW - Myriam Beirens staat steeds paraat voor de bewoners van de assistentiewoningen
11/03/26
Zorgen dat alles naar wens is voor de bewoners van de assistentiewoningen van het OCMW in Rode. Dat is in een notendop de omschrijving van wat inwonende begeleidster Myriam Beirens iedere dag doet. ‘De tijd nemen om met mensen te praten is prioritair.’
De bewoners van de 56 assistentiewoningen en de 12 appartementen sociaal verhuur op de zorgsite van het OCMW langs de Zoniënwoudlaan zijn in goede handen. Daar zorgt inwonend begeleidster Myriam Beirens (55) voor.
‘Ik zie erop toe dat alles goed gaat met zowel de inwoners als de gebouwen hier’, vertelt Myriam. ‘Mijn takenpakket is zeer uiteenlopend. Iedere dag ga ik op ronde. Dat begint bij een bezoekje aan de technische lokalen om te kijken of alles daar in orde is. Als er de voorbije nacht uit een appartement een noodoproep is geweest, ga ik opnieuw langs om te zien of alles nog oké is. En één keer per dag is er overleg met de dagverantwoordelijke en wisselen we de belangrijkste informatie uit over de bewoners.’
‘Maar daar houdt het niet op. Er is een vaste planning, al komt er vaak iets onverwachts tussen. De kans is groot dat ik intussen al aangesproken ben door een bewoner. Of door een familielid. Dat vind ik helemaal niet erg. Wij zijn hier één grote familie. Ik noem de bewoners vaak ‘mijn mensen’. En zo voelt het ook aan. Ik ben zeer bereikbaar. Zowel in persoon als via de telefoon. Samen met mijn man woon ik op de bovenste verdieping van een van de gebouwen. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat de bewoners aan onze deur komen kloppen. Daar zijn afspraken over. Maar er zijn genoeg kansen om me hier tegen het lijf te lopen. We houden minimaal vier keer per jaar een gebruikersraad waar alle bewoners en hun mantelzorgers/wettelijke vertegenwoordigers hun grieven kunnen uiten en ideeën naar voren kunnen schuiven om onze werking te verbeteren. Ik ken iedereen, zowel de bewoners als de dichte familieleden. Ik zie meteen wanneer iemand een goede of een mindere dag heeft. En iedereen kent mij.’
Belangrijke schakel
Een korte rondgang met Myriam op de site toont aan dat dat niet gelogen is. ‘Dat ik hier woon, geeft de bewoners en hun dichte kring een gerust gevoel, want ze weten dat ik hier altijd ben en dat ze op me kunnen rekenen. Als er iemand valt, als het brandalarm gaat, noem maar op. Als bij iemand de gordijnen langer toe zijn dan gebruikelijk of een bewoner daagt niet op voor het middagmaal, ga ik een kijkje nemen. Je weet maar nooit dat die persoon op de grond ligt en hulp nodig heeft. Bij mensen met een grote zorgnood ga ik vaker langs. Het is belangrijk om kort op de bal te spelen. Als bewoners echt niet goed zijn, sta ik in dicht contact met hun kinderen of andere naasten. Ook met de andere professionele thuiszorgmedewerkers zoals verpleegkundigen en verzorgenden is er veel communicatie.’
Het mag duidelijk zijn dat Myriam een belangrijke schakel is. Al zijn er heel veel schakels, zo geeft ze zelf aan. ‘Ik ben het eerste aanspreekpunt en de contactpersoon bij eventuele problemen. Maar ik sta er zeker niet alleen voor en kan doorverwijzen naar anderen. Kleine ongemakken in assistentiewoningen probeer ik zelf op te lossen. Lukt dat niet, dan geef ik de informatie door aan de gebouwenbeheerder en de technische dienst. Daarnaast is er nog de sociale dienst met de maatschappelijk werkers thuis- en ouderenzorg als er extra opvolging nodig is. En laat ons de vele vrijwilligers niet vergeten. We zijn een sterk en hecht team. En we delen dezelfde visie. We zorgen voor een warme werkomgeving waarbij het welzijn van de bewoners voorop staat. De tijd nemen om met mensen te praten is prioritair.’
Ook veel verdriet
Daarbij is er de nodige aandacht voor eenzaamheid bij de ouderen. ‘De meesten komen hier alleen binnen. Sommigen verliezen hun partner als ze hier zijn. Dan kan eenzaamheid snel om de hoek loeren. Voor de coronapandemie was dat fenomeen er al, maar het virus heeft er zeker geen goed aan gedaan. Net daarom is het belangrijk om voor een echt thuisgevoel te zorgen. Weet je, sommige bewoners hebben niemand meer. Dat kan zijn doordat het contact met de kinderen verbroken is.
Schrijnende situaties soms, maar het is niet aan ons om te oordelen, want we kennen niet het hele verhaal. Het belangrijkste is om er voor hen te zijn. Te luisteren, te helpen, hen te motiveren om iets te doen. Sommigen leven op zichzelf en zouden liefst de hele dag binnen blijven. Dan is het aan ons om hen, figuurlijk uiteraard, naar buiten te trekken. We organiseren tal van uitstapjes, en ze hebben daar deugd van. De tijd van de ouderen zit er niet op, daar zijn we hier rotsvast van overtuigd. Ze kunnen nog genieten van het leven, en daar zorgen wij mee voor. Je mag niet onderschatten wat voor een grote stap het voor hen is om naar hier te komen. Ze moeten afscheid nemen van hun vorige leven, van hun huis … Dat is niet niets. Dat dat voor sommigen zwaar valt, is logisch. Soms is luisteren het enige wat ze nodig hebben. Soms vertellen ze me dingen waarmee ze hun kinderen niet willen belasten. Ik geef sommige bewoners een knuffel als ik voel dat ze er een nodig hebben. Als ze daarbij dan van emotie een traantje wegpinken, doet me dat wel wat. Iemand gelukkig maken die verdrietig is, gewoon door er te zijn. Iemand doen lachen die normaal nooit lacht. Dat geeft me een warm gevoel.’
Het is een job met veel mooie momenten, zo geeft Myriam aan, maar ook met veel verdriet. ‘Het is niet gemakkelijk als er mensen overlijden. Ik kan dat wel een plaats geven, al moet daar soms wel wat tijd overgaan. Dat kan soms enkele maanden duren. Hun persoonlijke fiche laat ik dan nog even steken. Pas als ik er klaar voor ben, haal ik ze weg. Dat is mijn manier om het verlies te verwerken. Uit respect voor de bewoners en de familie probeer ik zo vaak mogelijk de begrafenissen bij te wonen. Mijn diensthoofd geeft me de ruimte om dat te doen, en ik ben haar daar zeer dankbaar voor.’
Bijna een roeping
Dat Myriam haar job uitoefent met veel passie, is een understatement. ‘Ik heb echt de job van mijn leven gevonden. Ik haal er zo veel energie uit. Ik doe dit met hart en ziel en zie het bijna als een roeping. Al twintig jaar werk ik voor het OCMW. Die keuze was niet toevallig, want ik ben al heel mijn leven bezig met het helpen van mensen. Zo heb ik veel vrijwilligerswerk gedaan in de zorg. De eerste zestien jaar van mijn loopbaan bij het OCMW werkte ik voor de thuisdiensten. Mijn huidige job doe ik nog liever, want nu sta ik nog dichter bij de mensen. Ik heb er wel wat voor moeten opgeven. We hadden een alleenstaand huis met een grote tuin, nu wonen we kleiner. En er rest minder tijd voor mijn gezin. Maar ik heb er heel veel voor teruggekregen. Ook mooie vriendschappen. Met bewoners, maar ook met de familie.’
Tekst: Jelle Schepers
Foto: © Tine De Wilde
Uit: buurten maart 2026