'Zee' door theatergezelschap Sprookjes enzo - Interview met artistiek leider Pietro Chiarenza
27/11/25
De nieuwste voorstelling van Sprookjes enzo draagt de titel Zee. Met Pietro Chiarenza als artistieke leider weet het gezelschap de zee gedurende drie kwartier heel dichtbij te brengen. ‘Wij geven de zee een stem’, zegt Chiarenza.
Hoe is je interesse in theater ontstaan, en wat trok je vervolgens specifiek aan in kindertheater?
Pietro Chiarenza: ‘Theater en circus zitten in mijn genen. Mijn vader was niet alleen beeldend kunstenaar, hij was ook theatermaker. Met zijn circustheater toerden we samen. Zo kwamen we in 2004 naar Antwerpen voor het zomerfestival. Het was trouwens daar dat ik mijn Belgische echtgenote leerde kennen en het lot besloot dat de liefde mij naar België zou doen verhuizen.’
‘Sinds ik zelf vader ben geworden ben, is mijn interesse voor kindertheater gegroeid. Ik zie het als een manier om op een diep niveau te connecteren met kinderen. Ik laat mijn kinderen dan ook graag participeren in onze voorstellingen. Wat we samen op het podium beleven, is onbeschrijflijk. Het zijn momenten om nooit te vergeten.’
Zo te horen had ook jij een sterke band met je vader.
‘Typisch aan de relatie tussen mijn vader en mij is dat wij elkaar via kunst en theaterstukken beter hebben leren kennen. Alsof we dat nodig hadden om dichter bij elkaar te komen. Het toont de kracht van kunst.’
Kun jij je je allereerste theaterervaring herinneren?
‘Ik herinner mij nog levendig de dag dat ik als jongetje van zes twee volwassenen op onze keukentafel aantrof terwijl ze Klein Duimpje aan het repeteren waren. Het was een openbaring: wie had kunnen denken dat twee mannen zo uit de bol konden gaan. Dat beeld triggerde mijn fantasie en heeft ongetwijfeld mijn fascinatie voor theater aangewakkerd.’
Veel van jouw werk is visueel en poëtisch. Hoe ontstaat een voorstelling zoals Zee?
‘Meestal vertrek ik van beelden. Ik zie mezelf ook als een beeldenjager. Het idee om een voorstelling rond de onuitputtelijke kracht van zee te maken, begon met een schilderij van James Ensor waarop een strandcabine op wielen te zien is. Het deed mijn fantasie op volle toeren draaien: wie zou er in dat huis op wielen wonen? Wat brengt die persoon ertoe om in de buurt van de zee te gaan wonen? Wat doet dat soort nomadenbestaan met hem? Wat kunnen we van hem leren?’
‘Rond die vragen ben ik een personage gaan creëren: Mario. Een figuur die door de buitenwereld als de dorpsgek wordt bekeken. Hij heeft echter wonderlijke eigenschappen. Zo kan hij met de dieren en de zee praten en blijft hij te allen tijde zichzelf. Op een bepaald moment komt hij in contact met een zekere mijnheer Robinson. Als stadsmens is hij de tegenpool van Mario. Hij heeft een superdrukke agenda, is altijd in de weer en wil alles en iedereen voortdurend onder controle houden.’
Hoe evolueert de relatie tussen Mario en mijnheer Robinson?
‘Hun ontmoetingen wringen, schuren en zetten iets in beweging. Het is vooral mijnheer Robinson die daardoor een opmerkelijke transformatie doormaakt.’
Het lijkt alsof jullie stuk zowel een interessant verhaal voor kinderen als volwassenen geworden is.
‘Dat is wat sterke sprookjes doen. (lacht) Er is nog een ander beeld dat aan de basis van deze voorstelling ligt: een eiland van plastic afval dat op zee drijft. In ons stuk doet de zee een oproep voor een volledige ban van plastic in zee.’
De zee is dus ook een personage?
‘Inderdaad. De zee verwelkomt het publiek. Soms is ze speels en luchtig, soms heel ernstig en bezorgd. Vooral als ze spreekt over de dreiging van dat grote plastic monster, toont ze haar vastberaden kant. Ze aarzelt niet om het publiek op te roepen tot actie om samen dat monster te verslaan.’
Jij gebruikt vaak weinig of geen tekst in jouw werk. Waarom kies je voor die aanpak?
‘Mijn passie voor beelden zit daar natuurlijk voor iets tussen. Woorden roepen nogal snel het beeld van de toren van Babel op. Woorden kunnen voor veel verwarring zorgen. Je zal merken dat wij tijdens de voorstelling woorden uit meerdere talen gebruiken. Dat is een bewuste keuze. Het reflecteert nu eenmaal de wereld waarin we vandaag leven. Die wordt steeds diverser.’
In jullie voorstelling vliegen haaien, zingen kwallen en praten krabben. Wat prikkelt jouw verbeelding als maker?
‘Ik hou van paradoxen. Er gaat iets speels én bevrijdends uit van het doorbreken van logica. In mijn scripts - maar ook in kindertekeningen - duiken vaak tegenstellingen en overdrijvingen op. Anders dan in het echte leven probeer ik die niet uit te sluiten, maar te verzoenen.
Zo krijgt het gewone iets ongewoons. In mijn fantasiewereld, en op de scène, mag dat allemaal bestaan. Als kind was ik graag alleen. Ik las veel en liet mijn verbeelding vrij spel. Eigenlijk heb ik toen al geleerd hoe fijn het is om van je eigen gezelschap te genieten. Iets wat me als maker nog steeds voedt.’
Wat hoop je dat kinderen meenemen uit dit stuk?
‘Ik hoop dat ze de zee zullen onthouden als een vriend en haar stille oproep om zorgzaam met haar om te gaan niet vergeten. We zijn allemaal met de zee verbonden. We kunnen niet zonder haar: zij is de oorsprong van al het leven.’
Wat betekent de zee voor jou persoonlijk?
‘Ik heb een zwak voor de Noordzee. Wat me zo raakt, is dat je haar einde niet ziet. Naar de zee kijken is alsof je even de oneindigheid aanraakt. Dat gevoel van oneindigheid ervaar ik ook als ik het ruisen van de zee hoor weerklinken in een schelp.’
Ging jij als kind vaak naar zee?
'Als kind was ik graag aan zee. Het water heeft me altijd gefascineerd. Mijn vader kwam uit Sicilië. Ook hij had een diepe band met de zee. Dat hoort bij het leven op een eiland: de zee is er altijd aanwezig. Zelf ben ik niet in Sicilië opgegroeid, maar ik voel dat die band met het water en de zee altijd deel van mij is geweest, waarschijnlijk via mijn voorouders, die eiland- en zeemensen waren.’
Wat leer jij als theatermaker uit de reacties van je jonge publiek?
‘Hun eerlijkheid en spontaniteit zijn zeer leerrijk. What you see or hear, is what you get. Hun reacties zijn puur en ongekunsteld. Juist dat maakt spelen voor kinderen zo waardevol: je voelt meteen wat werkt en wat niet.’
Wat is het belangrijkste dat je uit hun reacties hebt geleerd?
‘Kinderen zijn net als volwassenen: als je hun aandacht verliest, ben je ze kwijt. Daarom zie ik mezelf een beetje als een tovenaar. Je toont niet meteen al je trucs, je houdt iets achter de hand. Zo blijft het spannend en kan het verhaal zich beetje bij beetje, met een vleugje magie, ontvouwen.’
Is er een droomproject dat je nog graag zou willen realiseren?
‘Met mijn Italiaanse roots zou het geweldig zijn om ooit een Belgisch-Italiaanse voorstelling te maken. Zo’n mix van twee culturen zorgt vast voor iets verrassends!
Tekst: Nathalie Dirix
Foto: © Tine De Wilde
Uit: buurten november 2025