Gemeenschapscentra Gemeenschapskrant vzw 'de Rand'
Ondernemen in Rode: Meubelbedrijf De Decker bestaat 110 jaar
04/12/25
Meubelfabrikant De Decker is na 110 jaar nog altijd een familiebedrijf. Vandaag staat met Alexander en Wout De Decker de vierde generatie aan de leiding. ‘We maken nog altijd al onze meubels zelf.’
Met 110 jaar op de teller is meubelbedrijf De Decker meer dan een gevestigde waarde in de streek. Eerder dit jaar zette Voka Vlaams-Brabant de firma nog in de bloemetjes als oudste jubilaris in de provincie. Het waren zaakvoerders Wout De Decker (46) en Alexander De Decker (36) die de felicitaties in ontvangst mochten nemen.
Wout en Alexander stapten respectievelijk negen en zeven jaar geleden in het familiebedrijf, in 1915 opgericht door hun overgrootvader Jean-Baptiste De Decker. ‘Al noemde iedereen hem Jan, hoor’, zo vertelt Wout. ‘Hij is destijds voor zichzelf begonnen als schrijnwerker in een ateliertje onderaan de trappen van de kerk in Alsemberg. Met paard en kar trok hij naar Brussel om zijn meubels aan de man te brengen. Het moet hard werken geweest zijn. Maar de zaken gingen goed en zijn atelier bleek snel te klein om aan de toenemende vraag tegemoet te komen. En dus verhuisde hij naar de steenweg in Sint-Genesius-Rode, waar we tot op vandaag nog altijd gevestigd zijn. Het is op dat moment dat de eerste werknemers in dienst kwamen.’
Zware brand en financiële crisis
Het familieverhaal is goed bekend bij zowel Wout als Alexander. ‘Na de Tweede Wereldoorlog stapten de drie zonen van Jan in het bedrijf’, vertelt Wout. ‘Onder wie ook mijn grootvader. Als kind heb ik veel over het bedrijf gevraagd. De drie zonen hadden hier hun huis, netjes naast elkaar. Zowel mijn ouders als die van Alexander hebben hier nog gewoond. Ik heb hier nog mijn kinderkamer gehad. We waren hier dus kind aan huis.’
En toch stond het niet in de sterren geschreven dat Wout en Alexander in de voetsporen zouden treden van hun overgrootvader, grootvaders en vaders. ‘Het was eigenlijk niet mijn bedoeling om mijn vader op te volgen’, vertelt Alexander. ‘Tot op zekere hoogte heeft mijn vader het me zelfs afgeraden. De verantwoordelijkheid die je draagt, is niet te onderschatten. En hoe je het ook draait of keert, je neemt het werk toch altijd mee naar huis. Toen Wout me opbelde om rond de tafel te zitten, werd snel duidelijk dat we op dezelfde lijn zaten. En dan heb ik de sprong gewaagd.’
Als vierde generatie voelde Wout wel de nodige druk. ‘Je wilt het minstens even goed en zelfs beter doen dan de vorige generatie. We werken voort op de fundamenten van de derde generatie, maar wilden meer dan enkel bestendigen wat er was. Alexander en ik hebben het bedrijf kunnen uitbouwen. Ik ben fier dat ik tegen mijn vader kan zeggen dat we een bloeiende zaak hebben.’
De twee achterneven hebben op minder dan een decennium zeker hun stempel kunnen drukken. ‘Onze vaders hebben het tijdens hun laatste jaren in het bedrijf niet gemakkelijk gehad’, weet Alexander. ‘In 2008 raakte een deel van de gebouwen vernield bij een zware brand, slechts een jaar nadat ze de productiehallen hadden gerenoveerd en uitgebreid. In die periode heerste er ook in ons land een financiële crisis. Toen Wout en ik in het bedrijf zijn gestapt, waren er wel wat uitdagingen. Samen hebben we een businessplan opgesteld en zijn we opnieuw de focus beginnen te leggen op de bouw van keukenmeubels. Door de sterke concurrentie van Duitse keukenfabrikanten waren onze vaders eind jaren negentig begonnen met meubels voor badkamers. Dat was een belangrijke zet, want anders was het bedrijf mogelijk ten onder gegaan. En toch zagen wij opnieuw een markt in de bouw van keukens. Er bleek een grote vraag naar kwaliteitsvolle keukens gemaakt in eigen land. De fundamenten waren er, maar eigenlijk zijn we bijna van nul moeten herbeginnen. En met succes. We zien onze omzet in het segment van keukens nog ieder jaar met 25 % of meer stijgen. Mensen gaan op zoek naar authenticiteit en ondersteuning. De klanten kunnen hier binnenstappen en meteen geholpen worden, en dat geeft hen een vorm van gemoedsrust. Ze kennen het bedrijf en weten wat ze van ons kunnen verwachten. Dat we een familiebedrijf zijn, speelt zeker mee.’
Maatschappelijke rol
Nog een nieuwigheid van Alexander en Wout, is de oprichting van de afdeling Interieur Dedecker dit jaar. Na meer dan een eeuw vooral keukens en badkamers te hebben gemaakt voor andere bedrijven, kunnen nu ook inwoners uit de streek terecht bij De Decker. ‘Onze producten kwamen vroeger enkel via winkels of dealers bij mensen thuis terecht’, zegt Alexander. ‘Onze dichtstbijzijnde dealer is echter met pensioen gegaan. Toen bleek dat de vraag niet stopte, zijn we met deze nieuwe afdeling begonnen. We maken offertes op, staan in voor de plaatsing en hebben een dienst na verkoop. We doen dat wel enkel voor klanten uit de streek, we gaan dus zeker niet in concurrentie met onze eigen dealers. Voor ons is dit iets nieuws, maar het sloeg wel snel aan.’
De zaken gaan goed bij De Decker, maar er is meer. Ook maatschappelijk heeft de firma een rol te spelen, vinden Wout en Alexander. ‘We zorgen voor een inkomen voor 47 gezinnen, vooral uit de streek. Maar we gaan nog een stap verder. Als familiebedrijf willen we een sociaal engagement opnemen’, verduidelijkt Wout. ‘We werken nauw samen met Don Bosco Halle, zodat via duaal leren studenten ervaring kunnen opdoen op de werkvloer. En iedere dag draaien er minstens twee mensen van maatwerkbedrijf Rodea, hier niet zo veraf gelegen, mee in onze productie. Ook door onder meer voetbalploeg KFC Rhodienne-De Hoek te ondersteunen, tonen we dat we begaan zijn met de lokale gemeenschap.’
Vandaag rollen er wekelijks zo’n 1.000 meubels uit het atelier, stuk voor stuk Belgisch vakwerk. ‘Dat maakt ons uniek. Grote merken laten hun producten vaak in het buitenland maken, terwijl wij alles zelf in handen houden. Al is het productieproces doorheen de jaren wel danig veranderd. We hebben enkele jaren geleden fors geïnvesteerd in een nieuw machinepark. We hebben dat gedaan om de productie efficiënter te maken en via software te kunnen aansturen. Nu werken we zo goed als volledig geautomatiseerd. Het voorbereidende werk gebeurt achter de computer in het kantoor. Daardoor hebben we minder arbeiders dan vroeger in onze rangen. Toch hebben we nog altijd een 30-tal vakmensen die zich met de productie bezighouden. Daar houden we aan vast. Echte schrijnwerkers blijven nodig om maatwerk te kunnen afleveren. Toch blijven we verder inzetten op robotisering om de efficiëntie te verhogen. We kunnen ons op het vlak van technologie zeker meten met de andere meubelmakers in ons land. Je kan ook niet anders gezien de stevige concurrentie en de hoge loonkosten.’
Aandacht voor duurzaamheid
Bij de investeringen ging en gaat ook aandacht naar duurzaamheid. De toestellen zijn energiezuiniger dan vroeger, maar daar stopt het niet. ‘We hebben het dak laten isoleren, de verlichting slimmer gemaakt, 748 zonnepanelen laten plaatsen, we werken met industriële batterijen gekoppeld aan slimme algoritmes … We trekken de kaart van de duurzaamheid ook door in ons materiaal. Het hout van onze leverancier bestaat voor 30 % of meer uit gerecycleerd materiaal. En ons restafval wordt verwerkt voor recyclage’, leggen Wout en Alexander uit. ‘Al het hout dat we gebruiken, is bovendien afkomstig van bomen in Europa. We laten ons niet verleiden door goedkoper hout uit China of andere delen van de wereld waarvan we geen garantie hebben van de kwaliteit.’
Tekst: Jelle Schepers
Foto: © Tine De Wilde
Uit: buurten december 2025 / januari 2026