Gemeenschapskrant

'We zijn een minibedrijfje' - Schooldirecteurs Jeroen Ghillebaert en Marlies Rosseel van het Onze-Lieve-Vrouwinstituut

25/02/26

Met Jeroen Ghillebaert heeft de lagere school van het Onze-Lieve-Vrouwinstituut eindelijk een echte nieuwe directeur. Voor de Pepingenaar was het een nieuwe omgeving, al voelt hij zich wel al goed thuis. Met collega-directeur Marlies Rosseel van de kleuterschool vormt hij een sterke tandem.

© TDW

Nadat Bernard Schatteman in juni 2024 de poort van de lagere school van het Onze-Lieve-Vrouwinstituut achter zich dichttrok om directeur van de scholengroep te worden, was het even wachten op een definitieve vervanger. Die is inmiddels gevonden in de persoon van Jeroen Ghillebaert (40). Sinds begin dit schooljaar heeft hij als directeur het roer in handen. ‘Ik sta al 17 jaar in het onderwijs. Altijd heb ik in een lagere school gewerkt’, vertelt Jeroen. ‘Eerst als leerkracht, de laatste 5 jaar als beleidsmedewerker. Dat was in een school in Bellingen, vanwaar ik afkomstig ben. Intussen ben ik verhuisd naar Halle. Dat is iets dichter bij Sint-Genesius-Rode. Zowel de gemeente als de school zelf kende ik niet heel goed. Vanuit de scholengroep voelde ik veel steun om me kandidaat te stellen voor de directeursfunctie. Al heb ik het zeker niet in de schoot geworpen gekregen, want er waren nog andere gegadigden. Ik ben tevreden dat ik het ben geworden. Vroeger had ik niet de ambitie om schooldirecteur te worden, maar gaandeweg is daar verandering in gekomen. Door mijn ervaring en mijn BanaBa-studies ‘Schoolontwikkeling’, die ik in juni hoop af te ronden, kreeg ik het vertrouwen om ervoor te gaan.’

Focus op taal

Zijn vroegere en nieuwe school zijn best verschillend, zo geeft Jeroen aan. ‘Ik heb de overstap gemaakt van een kleine Nederlandstalige dorpsschool naar een grote school met 430 leerlingen, van wie een grote meerderheid niet het Nederlands als thuistaal heeft. Hier in het Onze-Lieve-Vrouwinstituut ligt de focus meer op taal. De leerkrachten en de ouders vragen om daarmee aan de slag te gaan, en dat gebeurt ook. We krijgen extra middelen om in te zetten op het Nederlands en om te investeren in taalonderwijs. Zo bouwen we onder meer klasbibliotheken uit, maar daar blijft het niet bij. De bedoeling is om een extra leerkracht aan te werven voor een nog op te richten taalbadklas.’

Het leven als directeur is anders dan dat van leerkracht, zo beseft Jeroen. ‘Leerkracht worden was mijn droom. En ik heb altijd met veel passie en goesting lesgegeven. Ik mis het contact met de leerlingen wel. En er komt best veel administratie aan te pas. Ik mag van geluk spreken dat een beleidsmedewerker me daarbij ondersteunt. Toch is directeur zijn een boeiende job: samen met het team aan de slag gaan en dingen uitwerken. Het was zeker niet van nul beginnen. De school was een goed geoliede machine. Met een hecht leerkrachtenteam, van wie er velen hier al jaren actief zijn. Als directeur wil ik zeer toegankelijk zijn naar hen toe. Mijn deur staat altijd open voor hen, en dat mag je haast altijd letterlijk nemen.’

Brandjes blussen

Van wie Jeroen ook veel steun krijgt, is Marlies Rosseel (43). Zij staat sinds begin 2025 als waarnemend directeur aan het hoofd van de kleuterschool, aan de overkant van de Kloosterweg. Marlies, afkomstig van Buizingen, legde een ietwat ander parcours af dan haar collegadirecteur Jeroen. ‘Ik werk al meer dan 20 jaar in het Onze-Lieve-Vrouwinsituut. Nadat ik afstudeerde in 2004, kon ik hier aan de slag. Ik voelde me hier meteen thuis, en dat is in al die jaren nog niet veranderd. Na bijna twee decennia in de klas heb ik enkele jaren geleden de stap gezet naar het beleidsteam. Na enkele verschuivingen ben ik nu al zowat een jaar directeur ad interim.’

Een niet te onderschatten functie, vindt Marlies. ‘Het is heel fijn om vanuit zo’n positie, samen met het beleidsteam en de leerkrachten, mee de lijnen uit te zetten. Net als Jeroen mis ook ik de kinderen. Om de voeling met de klassen en het team niet te verliezen, stap ik regelmatig de klassen binnen. Ik doe nog altijd toezicht. En een eet moment begeleiden of een klas overnemen, doe ik ook nog altijd met veel plezier. Als waarnemend directeur heb ik natuurlijk nog veel ander werk. De mailbox puilt snel uit, je wordt haast heel de tijd aangesproken en het is vaak brandjes blussen. Een grote moeilijkheid in een kleuterschool is dat zwangere leerkrachten meteen moeten stoppen met werken, en vervanging vinden is niet altijd even gemakkelijk. Veel kandidaten hebben niet het juiste diploma. Het vraagt veel inzet van de startende leerkrachten, al krijgen ze veel ondersteuning van het hele team.’

Nood aan extra ruimte

De kleuterschool en de lagere school zijn autonoom van elkaar en vormen niet samen één basisschool. ‘We zetten wel in op meer samenwerking. Een bewuste keuze, want we willen de overgang van de derde kleuterklas naar het eerste leerjaar zo vlot mogelijk laten verlopen’, zegt Marlies. ‘Het kleuterteam van 22 leerkrachten, de 32 leerkrachten van de lagere school, de 2 secretariaatsmedewerkers, de 2 klusjesmannen en hun ploegbaas, de 4 onderhoudsmensen, de toezichters en de vrijwilligers: samen vormen we een minibedrijfje.’

Een van de uitdagingen waar beide scholen voor staan, is extra ruimte creëren. Buiten is er plaats genoeg met voldoende speelruimte en groen, zo geven beide directeurs aan. Maar de indeling van de klasruimten is niet ideaal. ‘De kleuterschool telt 11 klassen, maar die bevinden zich niet allemaal in hetzelfde gebouw. Die plaats is er simpelweg niet. Er zijn ook enkele klassen in het voormalige klooster’, zegt Marlies. Voor de lagere school kan de opdeling ook beter. ‘Lokalen voor zorg zijn er momenteel niet. En sommige van onze klassen bevinden zich momenteel in de middelbare school aan de overzijde. Sommige leerjaren zitten bovendien verspreid. Er zijn zeker nog mogelijkheden in het klooster, bijvoorbeeld door de zolder te verbouwen. In het klooster zouden we het 5e en het 6e leerjaar willen onderbrengen om zo over de klassen heen te kunnen werken. Maar aan verbouwingen hangt natuurlijk een prijskaartje vast.’

Normen en waarden

Beide scholen delen ook dezelfde waarden. Het Onze-Lieve-Vrouwinstituut heeft al decennialang de naam om toch een wat strenge school te zijn. ‘Op het vlak van leerstof en gedrag ligt de lat hier hoog. Normen en waarden en respect dragen we hoog in het vaandel. Zo vinden we het belangrijk dat leerlingen de leerkrachten en de directie vriendelijk goeiedag zeggen. En als een leerling de basisregels niet volgt, dan laten we die hierover tijdens de middagpauze even bezinnen’, zegt Jeroen. ‘Dat neemt niet weg dat het Onze-Lieve-Vrouwinstituut een warme school is. Er heerst hier een gezellige sfeer, en de leerkrachten zien hun leerlingen graag.’

Ook met de ouders is er een goede band. ‘We krijgen van hen veel respect voor onze job. Veel ouders zien hoe hard we ons inzetten. Dat is mooi, want in het maatschappelijke debat moeten leerkrachten het al eens ontgelden’, zegt Marlies. ‘Veel ouders zijn ook zeer betrokken. We kunnen altijd rekenen op de ouderraad. Er is één ouderraad voor heel de campus, en de aangesloten ouders staan altijd paraat om te helpen.’


Tekst: Jelle Schepers
Foto: © Tine De Wilde
Uit: buurten februari 2026

Meer nieuws